Gebed: reis naar het hart van God
- Reinhard van Elderen
- 3 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen
Bidden als een monnik, leven als een dwaas. Ontdek het geheim van gebed.Ā
Tyler Staton. Ark Media Leeuwarden 2024, 272 blz, ⬠24,99.
Verblijven in de ziel. De innerlijke reis naar het hart van God.
Esther Stoorvogel, KokBoekencentrum Uitgevers Utrecht 2024, 176 blz., ⬠21,99.
Ā
Heel wat mensen zoeken hulp om te groeien in gebed. Want al lijkt het aan de ene kant bijna vanzelfsprekend dat mensen bidden, aan de andere kant zijn er velen, zoals ik, die er toch mee worstelen. Want vroeg of laat dringt het besef door dat bidden meer is dan het indienen van verlanglijstje bij God. Hoe zit het met verstilling, met dankzegging, lofprijzing, voorbede? Tyler Staton heeft mij uitgedaagd, zeker in de eerste helft van zijn boek. Hij noemt redenen waarom we niet bidden: uit angst om naĆÆef te zijn, omdat we bang zijn dat het stil blijft, of omdat we onze motieven wantrouwen. Maar omdat we ons in deze wereld door zoveel dingen overweldigd voelen, is dat juist reden om te bidden, om te oefenen in het vertrouwen op God, omdat we vrijuit onze klachten bij God mogen brengen, omdat we ons hele leven met God mogen delen.
Geen vrome franje
Door zijn nadruk op komen zoals je bent, gewoon vertellen wat je bezighoudt, haalt hij vrome franje van het gebed af en daagt ons uit om werkelijk het vertrouwen te oefenen dat God in alles onze Vader is, tot in de meest gewone dingen in ons leven. Daarbij wordt het ook duidelijk dat hij zich verdiept heeft in wat anderen vroeger en nu geschreven hebben over gebed. Schuld belijden, omdat je ook eerlijk naar jezelf leert kijken, is daarin voor hem een belangrijk onderdeel. Waar de Bijbel spreekt over zonde, is in zijn ogen geen veroordeling, maar een nuchtere diagnose van het feit dat we niet doen waarvoor we gemaakt zijn. We weigeren relatie met God en dat verstoort andere relaties. Schuld belijden en omkeer is dus meer mens worden. En ons openen voor Gods liefde leert ons uit liefde meelijden met anderen die wij ontmoeten. Prikkelend is zijn stelling: āEen gemeente op weg naar volwassenheid is een gemeente die schuld belijdt ā geen kerk zonder zonden, maar een kerk zonder geheimen.ā (103) Waar hij mij nog niet heeft overtuigd (of is mijn geloof te klein?) is dat wij in Gods ogen bekleed zijn met de status en positie van Jezus zelf, en dat daarom ons gebed ook kracht heeft (125v). Hij benoemt dat God ons lang kan laten wachten en ons gebed niet verhoort om ons innerlijk te veranderen. Toch lijkt hij meer te zien als antwoord op zijn gebed dan ik als antwoord op het mijne, zeker in het leven van mensen om mij heen. Hij houdt een indrukwekkend pleidooi voor het vasthouden van het vertrouwen in God, ook als gebeden niet verhoord worden. Al met al is dit een boek dat mij heeft aangesproken en uitgedaagd.
Het boek van Esther Stoorvogel heb ik gelezen als een samenvatting van De Innerlijke BurchtĀ van Theresa van Avila. Stoorvogel ziet het als het hoogste doel dat wij Gods liefde beantwoorden. Dat gaat verder dan onze eigen activiteit. Het is verheugend dat er meer aandacht komt voor de wijsheid die in de loop der jaren door christenen in opgebouwd. Dat biedt meer dan een rusteloos zoeken naar weer een nieuwe beweging. Mooi is het dat zij duidelijk maakt dat groeien in geloof een hele weg is, die volgehouden trouw vraagt. Toch schuurt dit boek meermaals bij mij. Bijvoorbeeld door de manier waarop teksten worden uitgelegd (Wijzen de woorden van Jezus in Joh. 14 over een plaats voor ons bereiden ook op het wonen van Christus in ons hart?). En als er gesteld wordt dat theologie letterlijk āwoord van Godā betekent, dan verlies ik mijn vertrouwen.
Theresa van Avila als voorbeeld
Soms heb ik de indruk dat ze wel erg letterlijk de weg die Theresa beschrijft, beschouwt als blauwdruk voor het geestelijk leven, met stadia die ook echt verschillen van elkaar. En soms doet ze uitspraken, waarbij ik echt vraagtekens zet, zoals de stelling dat vanaf de derde stap op deze weg de grootste geestelijke strijd voorbij is. Of dat wij uiteindelijk volkomen ƩƩn kunnen worden met God, die dan wel als vrucht de praktische naastenliefde heeft. Ze schrijft dat in deze fase een verlangen ontstaat om te lijden om Christusā wil. Daar kan ik haar niet volgen.
Er staan zeker passages in die aanzetten tot overdenken en die verlangen wekken. Maar het geheel doet me toch teveel aan als een samenvatting van een geschrift van een ander, aangevuld met voorbeelden en verhalen van nu. De ontwikkeling van het geestelijk leven die hier getekend wordt, wordt te weinig beschreven als een mogelijke weg, maar wordt zonder wezenlijke reflectie als stramien gebruikt. Dat blijft voor mij onbevredigend.
Ā
Reinhard van Elderen, predikant Protestantse Wijkgemeente Nootdorp


Opmerkingen