top of page

Jezus spreekt gebarentaal

  • Eveline van Staalduine
  • 1 dag geleden
  • 4 minuten om te lezen

Eveline van Staalduine-Sulman


Exegetische gedachten bij Marcus 7:33-34

In Marcus 7 beschrijft de evangelist de genezing van een dove man die gebrekkig sprak. Voor diens genezing voert Jezus een aantal handelingen uit. Hij neemt de man apart, steekt zijn vingers in diens oren en raakt zijn tong aan, terwijl hij spuugt (participium). Daarna heft hij zijn blik op naar de hemel en zucht diep. Dan komt pas het woord effataĀ (ā€˜ga open’), waarna de man kan horen en spreken.

Ā 

Veel commentaren proberen te verklaren wat al deze handelingen betekenen en hoe ze onderdeel kunnen zijn van het genezingsproces.[1]Ā Ze wijzen bijvoorbeeld op gewoontes van genezers in de oudheid of hebben het over ā€˜magische aspecten’ van Jezus’ handelen.[2] Desondanks wijzen commentatoren erop dat de echte genezing pas plaatsvindt door Jezus’ spreken.[3] Sommigen proberen daarom ook andere verklaringen te vinden voor die handelingen. Die zoeken dan hoe de woorden, zoals spugen of zuchten, elders in het Nieuwe Testament zijn gebruikt. Toch wordt er niet een echt consistente lijn getrokken: het blijft regelmatig bij pogingen om alle handelingen apart te verklaren, niet als ƩƩn geheel.

Ā 

Voor een preek over dit gedeelte kwam ik op een consistente alternatieve verklaring, mede omdat wij een dove vrouw in de kerk hadden. Die verklaring vond ik later terug in preken van Feroz Fernandez en Carl Trosien, alsmede in wat oudere commentaren.[4]Ā Zij en ik bekeken de handelingen van Jezus vanuit de beperkingen van de dove man. We interpreteerden die als een soort gebarentaal, juist omdat Jezus de man apart nam. Hij wilde hem blijkbaar eerst ā€˜spreken’ voordat hij hem genas. Maar wat wilde Jezus hem dan zeggen? En hoe kun je er zeker van zijn dat dit een plausibele verklaring van Jezus’ handelingen is?

Ā 

Ik ging te rade bij de Griekse woorden die gebruikt worden en zocht op of deze elders in het Nieuwe Testament en in de Griekse vertaling van het Oude Testament zijn gebruikt. Niet elke handeling kan zo verklaard worden, maar een aantal wel. Ik kwam tot deze conclusie:

Ā 

1. Het stoppen van de vingers in de oren vertelt de dove man dat Jezus geĆÆnformeerd was over diens handicap. Zijn oren zaten dicht – vandaar dat Jezus later effataĀ zegt: ā€˜Ga open.’ – en dat duidt Jezus aan door diens oren letterlijk dicht te stoppen met zijn vingers.

Ā 

2. Het aanraken van zijn tong terwijl hij spuugt, is een tweede indicatie dat Jezus goed geĆÆnformeerd was. Spuug kan weliswaar worden gebruikt als geneesmiddel (Joh. 9:6), maar Jezus doet in dit verhaal niets met zijn spuug. Het gebaar van spugen is doorgaans een gebaar van minachting (Num. 12:14; zie ook Deut. 25:9). Jezus gebaart hier: de tong schiet te kort!

Ā 

3. Bijna iedereen is het erover eens dat het naar de hemel kijken een aanduiding is van het begin van een gebed (Ps. 123:1; Lk. 18:13; Joh. 11:41; 17:1). Jezus duidt dus aan dat hij begint te bidden en dat hij iets van God verwacht.

Ā 

4. Het gebed van Jezus bestaat uit een diepe zucht. Sommigen duiden dit aan als kreunen, maar een zucht is als gebarentaal beter: een diep zucht is zichtbaar en voelbaar voor degene die tegenover de zuchter staat. Zuchten wordt ook in verband gebracht met bidden, vooral bidden in de hoop op en vanuit het verlangen naar iets beters (Exod. 2:23-24; Rom. 8:23; 2 Cor. 5:2; Jac. 5:9). Jezus’ gebed verwoordt dus de mans verlangen naar genezing.

Ā 

Zo zijn de handelingen niet magisch of mysterieus. Het is gebarentaal, maar het gaat verder dan het informeren van de dove over wat Jezus van plan is. Jezus maakt de dove duidelijk dat hij geĆÆnformeerd is over diens handicaps en gebaart diens verlangen genezen te worden. Dat verlangen neemt Jezus over met een gebed dat slechts bestaat uit een diepe zucht, zoals Gods Geest onze zwakheden en verlangens kan overnemen en ā€˜met onuitsprekelijke verzuchtingen’ (Rom. 8:26).

Ā 

Eveline van Staalduine-Sulman is hoogleraar Receptiegeschiedenis van de Hebreeuwse Bijbel aan de Vrije Universiteit Amsterdam.


[1]Ā Zo Jakob van Bruggen, Marcus: het evangelie volgens PetrusĀ (CNT; Kampen: Kok, 4e druk 2007), 170, verwijzend naar het commentaar van Strack-Billerbeck; Robert A. Guelich, Mark 1-8:26Ā (WBC; Dallas: Word Books, 1989), 395; Morna D. Hooker, The Gospel According to Saint MarkĀ (Black’s New Testament Commentary; London: Black, 1991), s.v.; Joachim Gnilka, Das Evangelium nach Markus, I: 1-8,26 (EKK; Zürich: Benziger Verlag, 1978), 297.

[2]Ā John R. Donahue & Daniel J. Harrington, The Gospel of MarkĀ (Sacra Pagina; Collegevill: Liturgical Press, 2002), s.v., die zelfs zeggen dat Jezus de tong van de dove man ā€˜zalft’.

[3]Ā Bijvoorbeeld Marinus H. Bolkestein, Het verborgen rijk: het evangelie naar MarcusĀ (POT; Nijkerk: Callenbach, 1954), 152; Guelich, Mark, 395; Van Bruggen, Marcus, 170.

[4]Ā Zie https://www.ferozfernandes.com/jesus-unique-miracle-healing-the-deaf-man/ voor Fernandez en https://www.lordofnewlife.org/the-sign-language-of-god voor Trosien. Zie ook William L. Lane, The Gospel According to MarkĀ (London: Marshall, Morgan & Scott, 1974), s.v.; Ezra P. Gould, A Critical and Exegetical Commentary on the Gospel According to MarkĀ (ICC; Edingburgh: Clark, 1912), 138-139; Walter Grundmann, Das Evangelium nach MarkusĀ (THNT; Berlin: Evangelische Verlangsanstalt, 1959), 201-202.

Opmerkingen


© 2024 Tijdschrift Inspirare in samenwerking met uitgeverij Merweboek. | Privacy verklaring

  • Facebook
  • LinkedIn Inspirare
bottom of page