Onweerstaanbaar aangeraakt
- Ilonka Terlouw
- 1 dag geleden
- 3 minuten om te lezen
Onweerstaanbaar aangeraakt. Levensecht geloven in een postchristelijke tijd.Ā
Gerrit Immink. KokBoekencentrum Utrecht 2025, 336 blz., ⬠22,99
Ā
āChristelijk geloven doet ertoe.ā Met die zin opent Imminks nieuwste boek. Het trok direct mijn aandacht. Zijn eerste boek In God geloven (2003)Ā opende vergelijkbaar, maar toch anders: āGeloven heeft betekenis.ā In Onweerstaanbaar aangeraakt gaat het expliciet om het eigene van het christelijk geloof. In een samenleving waarin het eigen āikā veel gewicht krijgt en richtinggevend is, schetst Immink ā met tal van trefzekere formuleringen ā een āexcentrischeā levenswijze (10, 29). Het innerlijk leven van de gelovige ontspringt aan de werkelijkheid van God, die mensen aanspreekt, inspireert, raakt. Het geheim van het leven ligt buiten de mens. Dat thema ligt Immink zichtbaar na aan het hart. IJkpunt van het innerlijk leven is de gemeenschap met Jezus Christus (237). Zij geeft het geloof zijn typisch christelijke dynamiek (241), mits deze gemeenschap niet uitsluitend vanuit de menselijke ervaring wordt ingevuld. De werkelijkheid van Jezus Christus gaat uit boven onze ervaring en opent voor het innerlijk een ruimer perspectief. Kruis, opstanding en de verwachting van de jongste dag geven het leven diepgang en zetten het leven van de gelovige āonder nieuwe hoogspanningā (239).
"Christelijk geloven doet ertoe."
Qua stijl en gedachtegang sluit het boek aan bij Imminks eerdere werk. Wat dat betreft, geen verrassingen. Het thema echter ā het innerlijke, geestelijke leven en de bezinning daarop ā krijgt zelden zo doordacht aandacht. En dat is opvallend, want welke gelovige kent niet dat innerlijke gesprek met zichzelf ā of is het toch met God? Die zelfreflectie hoort helemaal bij ālevensechtā geloven (14). Dat is in zekere zin bemoedigend om te lezen, want geloven in God kan een mens innerlijk intens bezighouden en ook onrustig maken. Dit boek gaat over die binnenkant van het geloof: omdat God zich, zoals Immink schrijft, āin de innerlijke ruimte van het christelijk zelfbewustzijnā manifesteert (14). Of, later: āHet christelijk geloof nestelt zich in het innerlijk en schept ruimte voor de gemeenschap met Jezus Christusā (232).
Na het eerste deel over āHet innerlijke levenā (I), geeft Immink een schets van een bijbels mensbeeld (II), waarna een uitvoerig hoofdstuk over de āMystieke waarnemingā (III) volgt, waarin Immink de aanraking in het innerlijkĀ tussen het āikā van de mens en het āGijā van God probeert te vangen (103). Ook de seculiere kritiek op het Godsbestaan en Godsbesef krijgt daar ruime aandacht, onder meer via Nietzsche. Deel IV en V voeren langs stemmen uit de Nadere Reformatie en de ethisch-gereformeerde theologie, voor wie het innerlijk leven cruciaal was. Deel VI brengt het geheel terug bij āLevensecht gelovenā: een geloof waarin concrete levenservaringen en de gestalte van het geloof elkaar raken, waardoor het innerlijk vol dynamiek is (233).
"om op te kauwen, te overwegen"
De thematiek biedt veel stof tot nadenken. Immink biedt zinnen om op te kauwen, te overwegen, zinnen die je voor je uit doen staren. Het roept ook vragen op: hoe staat het ervoor met het innerlijk leven van christenen vandaag? Wat zet mijn geest in beweging? Hoe is het eigenlijk gesteld met het reflectievermogen van christenen? Kritischer nog: is de āreflexieve beschouwingā wel zo eigen aan christen-zijn anno 2025? En hoe verhoudt de nadruk op het innerlijk zich tot het postmoderne besef dat ons bewustzijn ook begrensd en contextueel gevormd is?
In deel III maakt Immink inzichtelijk hoe de werkelijkheid van God in onze tijd vaak als buiten bereik wordt beschouwd. Daartegenover plaatst hij het christelijk bewustzijn, dat tot leven komt in de mystieke gewaarwording. Ik had graag gezien dat Immink deze twee perspectieven nog sterker met elkaar in gesprek had gebracht en de spanning die dat oproept ā voor de gelovige Ć©n diens zelfreflectie ā verder had uitgewerkt.
Ook had het geheel baat gehad bij iets scherpere begripsafbakening: termen als āinnerlijkā, āgeestelijk levenā, āchristelijk bewustzijnā, āzelfreflectieā, āvroomheidā, ābezinningā, āreflectieve beschouwingā worden fluĆÆde en soms inwisselbaar gebruikt. Daardoor blijven sommige theologische vragen liggen. Is een gelovige met een actief geestelijk leven zich daar altijd van bewust? Kan een christen ook āonbewust bekwaamā zijn? Roept het christelijk bewustzijn van God vanzelf (zelf)reflectie op (14, 233)? En is bezinning op het innerlijk ā volgens Immink een āfundamentele bezigheid voor gelovigenā (16) ā werkelijk typisch christelijk of evenzeer gewoon menselijk? Met andere woorden: is het innerlijk van christenen dynamischer dan dat van niet-gelovigen?
Dat dit boek zoveel vragen losmaakt, tekent in dit geval zijn kracht. Waardevolle boeken dagen uit, middelmatige laten je koud. Dit boek van Immink is rijk, uitdagend en diep doorleefd ā en in mijn ogen het meest boeiende dat hij schreef.
Ā
Ilonka Terlouw, Postdoctoraal Onderzoeker Praktische Theologie aan de PThU Utrecht


Opmerkingen