top of page
  • Foto van schrijverRedactie Inspirare

Recensie proefschrift Jelle Horjus

Wij moeten wat meer durven. Biografie Jannes Reiling (1923-2005) Jelle Horjus, Noordboek Gorredijk 2023, 485 blz., € 39,90


Proefschrift Jelle Horjus: Wij moeten wat meer durven: Biografie Jannes Reiling.

Ik zei meteen ‘ja’ toen dit boek mij ter recensie werd aangeboden. Ik heb in de zeventiger jaren als student in Utrecht college van Jannes Reiling gekregen, hij heeft mij geholpen met mijn eerste schreden op het promotiepad, ik werd zijn opvolger op de Vinkenhof in Bosch en Duin als docent exegese Nieuwe Testament en, niet te vergeten, er staan in mijn boekenkast vele boeken die eerst in zijn studeerkamer stonden.

Daarom wilde ik graag meer van hem weten. Want erg mededeelzaam over zijn persoonlijke en theologische leven was hij nooit geweest. Jelle Horjus promoveerde op 30 november 2023 in Groningen op deze theoloog en baptistenvoorman. Daar is meteen een vraag bij te stellen die anderen volgens de promovendus ook al hebben gesteld: had Reiling voldoende status en statuur om een dissertatie aan hem te wijden? Was hij niet gewoon een representant van een periode en een kerkgenootschap zoals er velen zijn. Dat bestrijdt Horjus nu juist. Natuurlijk is ieder mens een exponent van zijn tijd, maar, zo stelt hij, Reiling was meer: hij was ook voortrekker en wegwijzer binnen de baptistengemeenschap. Op het gebied van de Bijbelwetenschap, van de doordenking van de man-vrouwverhoudingen en van de homoseksualiteit, om een paar dingen te noemen.

Het is een zeer leesbaar boek geworden. Soms ook vermakelijk. Wie vermoedt achter de docent die door iemand treffend ‘onpersoonlijk vriendelijk’ wordt genoemd een dominee die een motor kocht voor zijn pastorale werk en daar zoveel plezier aan beleefde dat hij ook aan rally’s en races mee ging doen? Kostelijk is de anekdote dat sportfanaat Reiling als predikant van Haulerwijk graag vanuit zijn slaapkamerraam op zondagmiddag naar de voetbalwedstrijd keek. Hij hoefde daarvoor dan geen gemeenteleden met een strenge zondagsobservantie te shockeren door zijn aanwezigheid langs de lijn. Zijn hervormde collega woonde een kilometer verder aan dezelfde weg en kon dat kunstje dus niet uithalen, maar Reilings collegialiteit hielp hier verder. Bij een doelpunt schreef hij de stand op een briefje, stopte het in een envelop, schreef daarop het adres van de collega plus het woord ‘urgent’ en verzocht een toevallige passant de brief met spoed bij de hervormde dominee te bezorgen.

Zoals gebruikelijk bij een biografie volgt de auteur de loop van Reilings leven. Geboren in het Drentse veen uit een domineesgeslacht (bij baptisten opvallender dan bij hervormden en gereformeerden), ging hij als een van de weinige jongeren uit zijn kerkgenootschap naar het gymnasium. En daarna schreef hij zich niet in, zoals zijn vader in het hoofd had, voor de studie theologie, maar voor de oude talen. De oorlog zou een diepe inkeping in zijn ziel aanbrengen. Tewerkgesteld in een kleine fabriek in Duitsland bracht hij het er naar omstandigheden goed vanaf, maar de omstandigheden waren bar en boos. Aangrijpend vond ik het verhaal dat hij de rol van barmhartige Samaritaan op zich nam toen er in de werkplaats een totaal verlopen en verluisde Duitser binnenkwam. Niemand wilde hem helpen, maar Jannes ontluisde, schoor en waste hem. Als ik zoiets lees, kan iemand voor mij eigenlijk al niet meer stuk. De oorlogsjaren in Duitsland brachten de jonge student in een geloofscrisis die hij uiteindelijk te boven kwam. Ik kom er op terug. Na de studie klassieke talen volgt Reiling dan toch ook nog de studie theologie in Groningen om als hulpprediker in Haulerwijk te beginnen. Maar de jonge voorganger is toch een maatje te groot om alleen maar dorpsdominee te zijn. Als een rode draad door zijn leven loopt de wens om de opleiding van de voorgangers aan het baptistenseminarium op een hoger plan te brengen. Dat lukt hem met wisselend succes. Niet fraai zijn zijn geslaagde pogingen om collega Kiwiet te laten ontslaan. Horjus valt hier niet in de grote valkuil van de biografen om van hun held een heilige of een schurk te maken, maar beschrijft het hele proces met kritische distantie.

Wat komt er allemaal meer aan de orde? Zijn lidmaatschap van de PvdA en pleidooien voor de Doorbraak, zijn geslaagde poging om Martin Luther King naar Nederland te halen, zijn werk voor de ANWB (voortkomend uit de kampeerinitiatieven van de jongerenorganisatie van zijn kerk), zijn bestuurswerk voor de Rekkense Inrichtingen en de affaire Doucé. Dat is een schokkend verhaal. Doucé was een Franse homopastor die door de politie in de gaten gehouden werd op verdenking van pedofiele propaganda. Op een dag wordt hij door de politie meegenomen voor een verhoor, hij verdwijnt spoorloos, de gealarmeerde politie zegt van niets te weten en justitie laat het daarna gevoerde proces op een merkwaardige manier vastlopen. Aan de afscheidsdienst wil geen van de benaderde predikanten de vingers branden, maar Reiling, die Doucé persoonlijk kent, gaat naar Parijs en spreekt afscheidswoorden. Lef had hij wel. De titel is dan ook goed gekozen: ‘Wij moeten wat meer durven’, een woord dat hij eens tegenover de baptistenjeugd uitsprak.

Het boek eindigt in mineur, of liever Reilings werk eindigt in mineur. De biograaf laat de woorden ‘kater’, ‘irritatie’, ‘bitterheid’ en ‘rancune’ vallen. Hij had het gevoel dat hij de strijd met de behoudende broeders van het Evangelisch Beraad verloren had. Zijn ontslag als rector van het seminarie (1 jan. 1987) vanwege zijn homostandpunt moet voor hem het duidelijkste bewijs daarvan geweest zijn. Tragisch is het verhaal dat vlak voor zijn dood zijn computer crasht en al zijn oude bestanden weg zijn. Het moet voor hem symbolisch zijn geweest.

In het laatste hoofdstuk wordt de balans opgemaakt. Horjus is tamelijk positief over de betekenis van Reiling. Na de vloed van de evangelische beweging die eind vorige eeuw vanuit Amerika Nederland bereikte en zijn levenswerk dreigde weg te spoelen, worden volgens de biograaf in deze eeuw de door Reiling gesponnen draden doorgetrokken. Ik vermoed dat de schrijver met deze studie onder meer eerherstel voor Jannes Reiling beoogt.

Een paar kritische punten. Het woord ‘vrijzinnig’ wordt vrij makkelijk en ongedefinieerd gebruikt. Het staat al op de achterflap dat Reiling zich in een ‘meer vrijzinnige geloofsrichting’ ontwikkelde. Dat is geen zuiver taalgebruik. Reiling was niet vrijzinnig. Hij ontdekte dat je Bijbelteksten van tweeduizend jaar geleden niet zo maar kunt overbrengen in de twintigste en eenentwintigste eeuw. Hij had ook feeling voor de vragen waar vrijzinnige theologen doorheen gegaan waren, maar dat maakt hem niet vrijzinnig. Hij had de noodzaak en de mogelijkheden van de hermeneutische verwerking van de Bijbeltekst ontdekt. Het was zuiverder geweest als de biograaf hier over ‘hermeneutiek’ had gesproken. Over professor Reiling als nieuwtestamenticus had ik nog wat meer willen weten. Hoe stond hij tegenover het synoptische vraagstuk, de historische betrouwbaarheid van de woorden die aan Jezus toegeschreven worden en de authenticiteit van de brieven die op Paulus’ naam staan, om een paar dingen te noemen. En, iets heel anders, de biograaf had in zijn balans (384-389) m.i. ook wel Reilings rol mogen evalueren als voorzitter van het bestuur van de Rekkense Inrichtingen, omdat er in zijn tijd heel veel mis ging.

Mij houdt nog een vraag bezig waarvoor ik terug moet naar de tijd dat Jannes in Duitsland te werk gesteld was. Ik had het al over zijn geloofscrisis. Hij was de enige niet. Van de zes jongeren uit de gevestigde protestantse kerken in zijn groep verloren vijf het geloof. Wat zegt het ons dat de baptist Jannes als enige het geloof behield? Maar er is nog een vraag. Waardoor hervond Jannes in zijn geestelijke strijd het geloof? Niet door een stichtelijk traktaatje uit eigen kring, maar door een boek van een eminent theoloog uit de gevestigde kerken: Dogmatische brieven van Gerardus van der Leeuw. Het lijkt me dat deze twee vragen de moeite waard zijn om op de agenda van het geloofsgesprek tussen de baptisten en de gevestigde kerken te zetten.

Ik feliciteer de promovendus van harte met zijn boek.


Sam Janse, Bijbelwetenschapper, emeritus predikant PKN



162 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
bottom of page