• Redactie Inspirare

Een uur lang meer dan er kan

Rob van Essen bezocht vele conferenties van de Lucasorde. Hoe beleeft hij die en de manier waarop de orde de ‘dienst der genezing’ in de ‘traditionele’ kerken onder de aandacht wil brengen?


De dienst der genezing

Deze zomer bezocht ik voor de zevende keer de Internationale conferentie van de Lucasorde. Anglicaans georiënteerd, vraagt zij sinds 1947 aandacht voor de ‘dienst der genezing’ – in voorbede en ziekenzalving – in de ‘traditionele’ kerken. In Nederland prijzen wij ons gelukkig dat in het Dienstboek van de Protestantse Kerk inmiddels een liturgie voor ziekenzalving is opgenomen (voor het eerst sinds de Reformatie!).


Mijn eerste conferentie

De eerste keer dat ik de conferentie bijwoonde was in Washington, in 1997. Bij de opening een indrukwekkende stoet priesters en bisschoppen in liturgische gewaden en vaandels van afdelingen in de USA en van aangesloten landen. Als enige Nederlander had ik nóch een gewaad, nóch een vaandel. Bij conferenties in andere werelddelen waren ook wij in albe, mét vaandel, present.


Vernieuwing en groei

Inmiddels is zelfs in de USA de Lucasorde aan het vergrijzen en in Orlando was dit maal geen bisschop te bekennen. Geen intocht van priesters, geen ambtsgewaad gezien tijdens de conferentie en ons vaandel hing verweesd naast één ander kleurdoek. ‘Vernieuwing en groei’, dat bleek de doelstelling van de Noord-Amerikaanse Lucasorde te zijn. En zo zat ik drie volle dagen in de meest ‘charismatische’ ambiance ooit. Vanaf het podium en daarvóór vurige sprekers (m/v), de herhaalde verzekering dat de Geest wonderen doet, mensen ‘down under the Power’. Nergens tijdens de conferentie ruimte voor onderling gesprek of gebed en zelfs koffiepauzes ontbraken. Allemaal aardige, lofprijzende mensen waartussen ik mij een steeds eenzamer ging voelen.


Van drukte naar stilte

De slotavond was een ‘healing service’, met twee (!) sprekers. Steeds maar wóórden, geen liturgie die je optilt. Enfin, de verkondiging van Judith McNutt resulteerde erin dat de ‘temperatuur’ in de zaal flink opliep. Goddank was er deze laatste avond ook ruimte voor persoonlijke voorbede. Er waren een aantal zaaltjes waar men naar toe kon voor ‘lichamelijke genezing’, ‘genezing van herinneringen’, ‘exorcisme’ en ook ‘confession’ (biecht). Mij was gevraagd of ik – als ‘ordained pastor’ – een luisterend oor wilde zijn. Het was al een verademing om van de drukte in de stilte van die ruimte binnen te komen. Even dacht ik: ‘Als er maar geen tientallen komen’. Aarzelend schoof de eerste bij mij aan en wist ik: ‘Hiervoor kwam ik!’ Voor de helende stilte, het geschonken vertrouwen, de schaamte over schuld, de worsteling met eigen tekortschieten.


Een toekomstbestendige kerk

Ik had die avond acht intensieve contacten waarin ruimte was voor tranen en soms opgelucht lachen. En elke ‘confession’ sloot ik af met: ‘Als dienaar van Gods genade mag ik jou de vergeving van zonden aanzeggen. Go in peace’. Als we in de kerken of Lucasorde toekomstbestendig willen zijn, dan moeten we wel de stilte en onze liturgische schatkist zorgvuldig behoeden.



Rob van Essen is chaplain van de Nederlandse Lucasorde en redactielid van Inspirare.

0 keer bekeken

© 2019 Tijdschrift Inspirare. In samenwerking met uitgeverij Merweboek.

  • LinkedIn Inspirare
  • Facebook Inspirare
  • Twitter Inspirare