• Redactie Inspirare

God in het gewone

Het geleefde geloof van gewone gelovigen zou gebaat zijn bij een theologie van het gewone. Die suggestie doet Ilonka Terlouw in haar verdiepende bijdrage voor de website van Inspirare. Van harte aanbevolen!



‘Ik ben vergeven. Ik aanbid u Heer. Ik ben gezond.’ Dat zijn de letterlijke woorden die tijdens het gebed, aan het einde van de Pinksterdienst, in tweevoud klonken: De voorganger zei de woorden voor, de gemeenteleden zeiden ze na.[1] Het betrof een dienst in een van de gemeentes van Jong en Vrij. [2] Hoewel de theologie van Jong en Vrij mij zeker niet onbekend is, vond ik het opnieuw schokkend op een dergelijk praktijkvoorbeeld te stuiten. De preek die aan het gebed voorafging, bevatte een curieuze exegese over de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard (Matteüs 20:1-15). Het derde, zesde en negende uur werden uitgelegd als respectievelijk wijzend op de bediening van vergeving, van aanbidding en van genezing. De werkers van het elfde uur – ‘dat zijn wij’ – bezitten ‘alles’. ‘[Het elfde uur] dat is de volheid.’ [3] Na deze preek deelde de voorganger ‘een beeld van God’ dat hij die week ‘had gekregen’ en die de unieke roeping van Jong en Vrij om Europa en de Joden het evangelie van genade te brengen bevestigde. Tot slot volgde het gebed waaruit ik reeds citeerde.


De luisterervaring van deze dienst bij Jong en Vrij liet mij niet los en in deze bijdrage zal ik verder uiteenzetten waarom. Ik wil inzoomen op een van de vragen die het bij mij opriep en die mij al langer bezighoudt: de vraag naar een antwoord op deze manier van geloven. De dienst bij Jong en Vrij is exemplarisch voor een manier van geloven waarbij een theologie van kracht en overwinning de toon zet en het bijzondere centraal staat. Een dergelijke omgang met het geloof heeft sterke aantrekkingskracht op eenentwintigste-eeuwse gelovigen. Het zijn deze gelovigen – gewone kerkgangers, die oprecht en onbekommerd verlangen ‘naar meer’ – die mij na aan het hart liggen. Als ik hun dit niet kan aanbevelen, wat dan wel? Is er een alternatief voor de wijze waarop deze gemeente het goede nieuws bekendmaakt; een alternatief dat aansluit bij de behoeftes en het leven van de gewone gelovige? [4] Ik wil de stelling wagen dat het geleefde geloof van deze gelovigen gebaat zou zijn bij een theologie van het gewone. In dit artikel wil ik de noodzaak van een theologie van het gewone onderstrepen en schets ik de contrasten tussen beide manieren van geloven. Daartoe bespreek ik twee thema’s van een theologie van het gewone – de eschatologische relevantie van het gewone leven en de omgang met tijd – als voorbeelden die iets laten zien van de winst die er te behalen valt wanneer het gewone in theologisch perspectief komt te staan.


Luisterervaring en evaluatie

De dienst bij Jong en Vrij kwam onder mijn aandacht nadat vrienden (lid van een traditionele, gevestigde kerk) er waren wezen ‘shoppen.’ Zij vroegen om mijn mening en zodoende beluisterde ik de dienst in de hoop hen te kunnen bemoedigen in hun oprechte zoektocht naar geloofsverdieping. Na het terugluisteren van de dienst zat ik met een lastige vraag. Wat moest ik hun nu zeggen? Want hoe ik ook mijn best doe er positiever over te denken, ik vind de preek exegetisch mank gaan, de uitleg van het ‘plaatje van God’ zelfbevestigend, het gebed pastoraal onverantwoord. Met name dat laatste roept bij mij – in het dagelijks leven werkzaam als gemeentepredikant – een niet te verwoorden gevoel van stuitend onbegrip op. Is er in deze gemeente dan niemand ziek? Zijn er geen kerkgangers met familieleden die afgelopen week zijn overleden? Daarbij, zoals Van Elderen terecht concludeert, zijn ‘grote claims die niet worden waargemaakt […] bepaald geen eer voor de naam van God.’[5] En waar de naam van God schade leidt, boeten het geloof en de kerk aan zeggingskracht in. Daar ligt voor mij een groot pijnpunt: bij het risico van relevantieverlies van de kerk en het geloof. Dit gebrek aan relevantie wordt vooral duidelijk wanneer gevraagd wordt naar de verbinding met het dagelijks leven. Wat heeft een dergelijke omgang met het geloof ons op maandag te zeggen, als wij weer aan het werk gaan? Of als we de zoveelste luier moeten verschonen? Of als we een bakkie doen bij de buurvrouw die haar tweewekelijkse chemokuur zojuist achter de rug heeft?


Het vreemde, en ook wel enigszins intrigerende, eraan is dat kerkgangers zelf het zelden zo ervaren. Het geloof wint voor hen juist aan relevantie.[6] Relevantie wordt ervaren in de zelfbevestiging en geloofsbevestiging die in deze diensten hand in hand gaan. Men voelt zich gezien, geliefd, gehoord van Godswege.[7] Men ervaart een sterke, positieve bevestiging van Godswege tot aan het lichamelijke van het bestaan toe. Die verwevenheid van de innerlijke en niet-tastbare component van ons bestaan met het tastbare en fysieke van ons lijfelijke bestaan, van vergeving met genezing, brengt het geloof dichterbij, maakt het ‘reëler’ en zet het (gelovige) individu ten volle in zijn kracht. Het ‘gaan staan’ en hardop uitspreken ‘ik ben gezond’ versterken dit proces door hun performatieve karakter.[8] De aandacht voor ‘het bijzondere’ speelt in deze processen een belangrijke rol. De getallensymboliek is te bijzonder om niet waar te zijn. De bovennatuurlijke communicatie van God met de voorganger maakt God ‘echt’ en brengt Hem dichtbij. De verwachte bovennatuurlijke genezingen maken de kracht van Gods Geest tot realiteit. De uitleg van het profetische beeld plaatst deze (geloofs)bevestiging tenslotte in een context waarin de gemeenschap als geheel bevestigd wordt in haar unieke positie en uitverkiezing door God zelf.[9]


De dienst bij Jong en Vrij en de geschetste tendensen staan niet op zichzelf. Zij kenmerken nieuwe vormen van charismatische vernieuwing in Nederland, die soms worden samengebracht onder de noemer ‘derde golf.’[10] Het betreft een beweging die zich richt op het werk en de kracht van de heilige Geest, waarbij over het algemeen veel aandacht is voor het bijzondere, bovennatuurlijke en wonderlijke.[11] Een ‘theologie van het bijzondere’ combineert een nadruk op de bovennatuurlijke kracht van de Geest met de beschikbaarheid daarvan door middel van algemeen toegankelijke geloofspraktijken en een sterk positief Godsbeeld waarbij Gods welwillendheid telkens benadrukt wordt.[12] De wijze waarop verschillende organisaties en gemeentes ‘de Geest de ruimte geven’ is divers; er zijn zowel goede als slechtere voorbeelden te vinden. Met name daar waar de aandacht voor de Geest op bijna exclusieve wijze verbonden wordt met het bijzondere/bovennatuurlijke doen zich onevenwichtige situaties voor. De afgelopen jaren verschenen daarover meerdere publicaties.[13] De karakteristieke tendensen van deze nieuw-charismatische beweging zijn breed doorgedrongen in christelijk Nederland.[14]


Theologie van het lijden als antwoord op het verlangen ‘naar meer’?

In verschillende publicaties is erop gewezen dat een theologie waarin kracht, overwinning en het bijzondere de toon zetten, behoefte heeft (en in de praktijk vaak gebrek heeft) aan een goed onderbouwde theologie van het lijden.[15] Een theologie van genezing kan niet zonder theologie van het lijden. Dit vormt geen inperking van de kracht van Gods Geest, eerder een terechte verbreding van het werkveld van de Geest. Immers, ook in het niet-weggenomen lijden, zo laat De Vries zien, heeft de Geest het voor het zeggen.[16] Dergelijke inzichten bieden houvast voor wie met lijden te maken heeft en voorkomen geloofsdeceptie wanneer de realiteit het wint van een ongenuanceerde verwachting van een genezingswonder. Tegelijk vraag ik me af of de gewone kerkganger die op zoek is naar geloofsverrijking boodschap heeft aan een theologie van het lijden. Wie heeft er een theologie van het lijden nodig om overtuigd te raken dat niet iedereen op aarde gezond is? Maar belangrijker nog: Wordt het verlangen ‘naar meer’ dat de gelovige kerkshopper in beweging zet, hiermee beantwoord?


Om deze vraag te kunnen beantwoorden is meer zicht nodig op wat dit verlangen inhoudt. In mijn onderzoek naar het geleefde geloof van evangelischen in gevestigde kerken kwam dit thema meermaals ter sprake.[17] Het is een verlangen dat correspondeert met de zoekers-spiritualiteit die eind jaren zestig van de vorige eeuw ontstond..[18] De evangelisch-protestantse respondenten weten hun verlangens ‘naar meer’ aan de onbevredigende relatie tussen hun geloof en dagelijks leven. Het geloof leek niets te zeggen te hebben op zaken en vragen die zich in hun dagelijks leven voordeden. De invulling van hun zoektocht werd vervolgens sterk gestuurd door wat hen vanuit de evangelische beweging aangeboden werd. Door de evangelische beweging werden zij aangemoedigd om diverse geloofspraktijken, gericht op het communiceren met God, te integreren in hun dagelijks leven. Veel van dergelijke praktijken leidden tot bijzondere en wonderlijke Godservaringen. In deze Godservaringen vormde ‘Gods wil’ of ‘Gods plan voor je leven’ een terugkerend thema. Deze bevestigende Godservaringen brachten voor de respondenten tegelijkertijd nieuwe onzekerheden met zich mee. Veel respondenten voelden zich (opnieuw) tekortschieten, en wel in het ‘leven voor God.’[19] Zoals een respondent het uitdrukte: ‘Ik heb maar al te vaak het gevoel dat ik daar – met Gods plan voor mij leven – veels te weinig mee doe!’ Mogelijk is de ongelimiteerde zelfbevestiging die in veel gemeentes tegenwoordig een plek heeft daar een reactie op.


Samengevat kan gesteld worden dat de evangelische beweging de verlangens van oprecht zoekende gelovigen beantwoordde door hun te leren het dagelijks leven te gebruiken als oefenplaats voor de communicatie met God. De verwevenheid die daardoor ontstaat tussen geloof en dagelijks leven wordt door evangelisch-protestants gelovigen als zeer waardevol ervaren. En precies daar, waar het belang van een verbinding tussen geloof en dagelijks leven op het spel staat, zou een ‘theologie van het gewone’ van significante betekenis kunnen zijn. Zou daar niet een goed, theologisch verantwoord alternatief ligt om zoekende kerkgangers te bevestigen in wie ze zijn en hen als geliefd kind van God in hun kracht te zetten en hun verlangen naar meer van de Geest te beantwoorden?

Theologie van het gewone

Kees van der Kooi stelt in het interview elders in dit nummer dat ‘vragen, die de focus leggen bij het gewone leven, veel meer aandacht [verdienen] dan in de afgelopen dertig jaar het geval is geweest.’[20] Van der Kooi denkt daarbij aan vragen als ‘Wat heeft God met mijn beroep te maken? Wat heeft God met relaties te maken? Waar verschijnt Hij in het gewone leven?’ Hier liggen urgente vragen. Van der Kooi stelt: ‘Als God niet meer in het gewone leven te vinden is, dan gaan we Hem überhaupt verliezen.’ Dit laatste wijst op een belangrijke reden voor een theologie van het gewone. Het risico van een ‘theologie van het uitzonderlijke’ is namelijk dat we ‘God opbergen in bijzondere geestelijke ervaringen.’ Omgekeerd stelt een theologie van het gewone juist alles op scherp. Het zet alles van onszelf, ons hele ‘gewone’ leven op scherp. Want dat ‘doet er toe.’ Misschien kunnen we wel zeggen, zoals Van der Kooi het zegt over de heilshistorie: ‘Het maakt ons bestaan heel spannend.’ Aandacht voor God in het gewone leidt dus allerminst tot saaie theologie of een vlak geloof.

Echter, een theologie van het gewone maakt ons bestaan naast spannend ook ontspannend. Het gewone leven is immers op allerlei manieren een ontmoetingsplaats (anders dan oefenplaats) met God en zijn genade.[21] Precies daarin heeft een theologie van het gewone veel te bieden. Het moet immers niet vergeten worden, dat de evangelisch-charismatische spiritualiteit zeer intensief kan zijn. Het kost energie en moeite om bijzondere geestelijke ervaringen te verkrijgen en te behouden. Net als in de gereformeerd-protestantse traditie met alle ‘regels en traditie’ wordt er ook hier van de gelovige soms veel gevraagd.[22] Het is mijn idee dat daar nog (te) weinig aandacht voor is.


Het is belangrijk voor ogen te houden dat een theologie van het gewone vraagt naar een theologische waardering van wat gewoon en alledaags is. Ook in het gewone leven kan men immers God blijven zoeken in dat wat men als bovennatuurlijk duidt. Die tendens kwam in mijn onderzoek naar voren. Door evangelisch onderwijs hadden respondenten geleerd Gods stem te ontwaren in alledaagse zaken als een verrassende sleutelhanger met daarop de tekst ‘God houdt van jou’, een onverwachts gekregen envelop met geld, een zucht wind op precies dat ene moment, etc.[23] In dit proces werden alledaagse zaken dus als bovennatuurlijk geduid.[24] Oftewel, niet het ‘gewone’ of ‘gewone leven’ werden theologisch geduid. Juist ‘in the extraordinary the sacred is perceived to break through in the mundane.’[25] Zo spreken respondenten er ook over. Justus: ‘En dan gebeuren er wonderen.’ Evelien: ‘Het bijzondere was, dat toen ik daarmee begon, toen kreeg ik zoveel mensen op mijn pad! […] Dat was een heel speciale tijd.’


Opmerkelijk was te zien hoe juist door deze geloofsverdiepende ervaringen het dagelijks leven aan waarde inboette. Van der Kooi formuleert bijvoorbeeld de vraag: ‘Wat heeft God te maken met mijn beroep?’ Voor veel van deze evangelisch-protestantse gelovigen heeft hun ‘gewone’ baan niets met God te maken. Het vormt eerder een obstakel voor Gods bijzondere plan voor hun leven. De meeste respondenten hebben grote levensveranderende stappen ondernomen om ‘voor God te werken.’ Ernst-Jan gaf zijn goedbetaalde baan op om een sociale werkplaats te beginnen. Leo vertelt hoe hij zijn baan in de civiele techniek opzegde om ‘voltijd voor God te gaan werken’ in de gehandicaptenzorg. ‘The more respondents reconstruct their lives as projects of God, the less they view their ordinary lives and work as divine vocation.’[26] Dit bevestigt de noodzaak van een theologie van het gewone. Want voor een vrachtwagenchauffeur, sorteerder aan de lopende band of accountant is in deze theologie geen plaats. Zulke banen hebben niets met God, het geloof of Gods Koninkrijk van doen.[27]

]

Een eschaton zonder ‘bovennatuurlijke’ Godservaringen

Juist waar dat Koninkrijk van God ons voor ogen staat, is de theologische waardering van het gewone onmisbaar. De alledaagse gewoonheid van het huisje-boompje-beestje-leven is namelijk eschatologisch relevant. In het uitvoerige boek van Miskotte, waar Van der Kooi naar verwijst, beschrijft Miskotte hoe ‘Gods gezicht’ op verschillende manieren in het gewone oplicht. Soms biedt het gewone leven een terugblik naar ‘een stuk verloren Paradijs.’[28] Soms wordt ‘in het prisma’ van een gewone gebeurtenis ‘het verborgen licht eener Gunst’ gevangen.[29] Het gewone leven is echter vooral vooruitblik, een ‘gelijkenis van de toekomende eeuw.’[30] Miskotte: ‘Het gewone is het verhulde wezen der schepping, die wacht tot alle dingen wederom in Christus tot éénheid worden samengebracht.’[31] Miskotte onderbouwt dit christologisch met een verwijzing naar de menswording van God. God openbaarde zijn heerlijkheid in het gewone en wijdde het daarmee ‘van nu aan, en in de eeuwen der eeuwen.’[32]2]


Juist deze eschatologische waarde van het gewone relativeert de bijzondere Godservaring. Dergelijke bijzondere ervaringen worden vanuit charismatische gemeentes zelf sterk verbonden met het eschaton, als voorproefjes van de ‘krachten van de toekomende eeuw’ (Hebreeën 6:5). Het eschaton komt dan ook steevast ter sprake in discussies over deze ervaringen en wonderen, en wel vanuit het perspectief van het ‘nu al’ en ‘nog niet.’[33] Hoewel deze bijzondere ervaringen eschatologische dimensies hebben, zijn de ervaringen zelf, gezien vanuit het perspectief van het geleefde geloof, allerminst eschatologisch van karakter. Voor veel gelovigen vormt de ervaring van het bijzondere echter een substantieel onderdeel van het geleefde geloof. Toch zullen ook zij het in het eschaton zonder moeten stellen. Immers, wanneer aarde en hemel zijn samengevoegd (Efeziërs 1:10), kan van bovennatuurlijke wonderen geen sprake meer zijn.


Maar wat nu, als er geen ‘bovennatuurlijke’ genezingen meer plaatsvinden? Geen wonderen? Wat nu als er geen ‘health and wealth’ meer te claimen valt? Wat is dan de waarde van het leven, van de mens en zijn relatie met God? Als wij, zoals Van der Kooi het zegt, ‘God teveel opsluiten in het bijzondere’ hebben we in het eschaton een groot probleem. Of omgekeerd: Zonder theologie van het gewone leven wordt het leven met God in het eschaton een saaie bedoening. Waar echter de mens God in het gewone ontmoet wordt het leven nu een doorkijkje naar het eschaton. Daarin ligt een deel van de rijkdom van een theologie van het gewone leven: Het laat ons iets zien van wat er overblijft van de waarde van ons, van het leven, in het eschaton.


Leven op het ritme van genade

Tot de toekomende eeuw aanbreekt, wordt ons door God heel wat ‘gewone’ tijd gegeven. Dat is het tweede thema dat uiterst relevant is voor een theologie van het gewone. Het eerste dat God doet in Genesis is immers tijd scheppen: ‘Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.’ (Genesis 1:5). Het maakt de betekenis van tijd fundamenteel voor het ‘gewone’ menselijk leven. Voor veel gelovigen echter is het moeilijk om hier in hun relatie met God iets mee aan te vangen. Herhaling, routine, afwachten, doorgaan, hopen, niet weten wat de toekomst brengen gaat, tijdelijkheid, drukte. Al die zaken spelen een belangrijke rol in de dagelijkse tredmolen van eten-werken-slapen. Wat God ermee te maken heeft...? Eenentwintigste-eeuwse christenen kampen – evenals alle andere mensen – vooral met een tekort aan tijd. Een overvolle agenda bepaalt het ritme van de weken.

Een ‘theologie van het bijzondere’ biedt hieraan onvoldoende tegenwicht. De omgang daarvan met tijd en drukte is niet zelden vergelijkbaar met die van de maatschappij. Vanwege de drukte in het gewone leven staan het ‘nu’ en de directe beschikbaarheid van wat mij genot oplevert al snel hoog in het vaandel. De opeenvolging van de weken en de drukte worden beantwoord met de opwinding van bijzondere ervaringen of bijeenkomsten. Hiermee wordt de dagelijkse gang van het leven even onderbroken; de druk van de overvolle agenda ontvlucht. In dit proces wordt tijd, juist vanwege de beperkte beschikbaarheid ervan, vaak al snel (zij het onbewust) gebruikt als ruilmiddel in de relatie met God.[34] De gelovige ‘investeert tijd in God’ in ruil voor zijn hulp, nabijheid en leiding. Zo oefent de gelovige een zekere druk uit op God. De gelovige verwacht er iets voor terug van God. Respondent Leonie: ‘Het is belangrijk dat je er tijd in steekt […] wil je er ook de effecten van zien, van wat het je brengt.’.[35] Een economische benadering van tijd bepaalt dan de omgang met de tijd en met God. Juist de gelijkenis van de werkers in de wijngaard uit Matteüs 20 laat zien dat wie zo rekent met kloktijd bedrogen uitkomt.

Een theologie van het gewone zal eerder werken met een benadering van tijd waarin zij niet als bezit, maar als geschapen en geschonken wordt benaderd.[36] Als geschenk dat van God ontvangen wordt, kan het niet de inzet vormen van onderhandelingen met God. Verantwoord rentmeesterschap komt dan in zicht: de tijd goed beheren, in plaats van je erdoor laten beheersen of het willen beheersen (wat in de praktijk vaak op hetzelfde neerkomt).[37] Wie de tijd leert zien door de ogen van Genesis, leert leven op het ritme van genade: ‘We go to sleep, and God begins his work. The first part of the day passes in darkness, then, but not in in activity. God is out growing the crops even before the farmer is up and knitting together the wound before the clinic opens. When farmer and physician awake, they will join in, but only because grace came first.’[38]


Een dergelijk perspectief op tijd dwingt tot een herwaardering van Gods trouw. In hedendaagse charismatische theologie wordt Gods trouw nogal eens verengd tot garantstelling voor zijn beloftes. (‘God is trouw’ betekent: Hij zal doen wat Hij heeft belooft zodra jij er aanspraak op maakt.) Trouw heeft echter ook te maken met God die trouw een weg met ons en deze wereld gaat. Alleen wanneer God het werk dat zijn hand begon niet loslaat, kan ik dankbaar en gerust aan de nieuwe dag beginnen. Deze nieuwe dag biedt zo wel alle ruimte voor de ontmoeting met Gods goedheid. Immers, God gaat niet enkel met mij mee, Hij is mij reeds vooruit. Deze goedheid van God is niet narekenbaar noch onmiddellijk opeisbaar. Zij is verrassend. Inderdaad, ‘gewone’ tijd is voornamelijk de ons gegeven tijd waarin God niet spreekt, maar tegelijk alles van God spreekt.[39]


Tot slot. Een voorbeeld

In deze bijdrage heb ik de suggestie gedaan dat het geleefde geloof van gewone gelovigen in Nederland gebaat zou zijn bij een theologie van het gewone. In het spoor van mijn eerdere onderzoek en verschillende opmerkingen die Van der Kooi maakt heb ik aandacht gevraagd voor God in het gewone. Ik zoek met een dergelijke insteek naar wat we verlangende gelovigen kunnen bieden, niet als ‘rem’ op hun verlangens naar meer van Gods zegen, maar juist als uiteenzetting van Gods grote zegen. Hoewel ik verschillende thema’s heb aangestipt die volgens mij in beeld komen blijven er vele thema’s en vragen liggen die uitwerking nodig hebben. Een vraag die voor mij belangrijk zou zijn is de plek van de christologie in een theologie van het gewone. Van der Kooi verbindt de aandacht voor het gewone leven immers met de ‘universaliteit van God.’ Tegelijk, zo vertelt hij, heeft hij van de evangelische beweging geleerd om 1 Johannes 5 heel serieus te nemen. Dat roept bij mij de vraag op naar de verbinding tussen beide. Ook een theologie van het gewone vindt uiteindelijk daar haar kracht, in de kwaliteit van haar relatie tot de christologie.


Ik wil graag afsluiten met een voorbeeld van een ontmoeting met God in het gewone waar ik onlangs in mijn pastorale werk op stuitte. Een gemeentelid werd opgeschrikt door slecht nieuws: bij haar was een tumor geconstateerd die onmiddellijk verwijderd moest worden. Binnen enkele weken vond de ingreep plaats en na een nacht in het ziekenhuis mocht ze weer naar huis. Thuis deden zich pijnlijke complicaties voor en enkele dagen later werd ze met spoed opnieuw opgenomen en dezelfde avond laat nog geopereerd. Het gemeentelid vertelde mij over haar dankbaarheid. Zij had jaren gewerkt in de ontwikkelingshulp en wist maar al te goed de beschikbaarheid van medische zorg op waarde te schatten. Haar dank reikte echter verder: ‘Ik vond het wonderlijk te mogen ervaren dat je in een ziekenhuis wordt opgenomen – en daarmee in een groot, omvangrijk systeem terecht komt waar zeer complexe zorg wordt geboden – dat je toch de ervaring opdoet dat er voor je gezorgd wordt. Te mogen ervaren dat iemand die mij verder niet kent, maar specialistische kennis op dit gebied bezat, moeite voor mij wilde doen en diezelfde avond nog tijd voor mij maakte.’ Daar, in dat ziekenhuis trof dit gemeentelid God aan in het gewone. Ze voelde zich gezien. Er werd naar haar omgezien, allereerst door een medemens, maar daarin trof zij God die naar haar omzag. Zij zei dan ook: ‘Ik ervaar dit niet als een op zichzelf staand iets. Het is deel van mijn geschiedenis die ik niet zelf schrijf.’ Later in het gesprek vervolgde zij: ‘Zo heeft God het misschien wel bedoeld. Hij heeft ons allen begiftigd met gaven en talenten, de ene met specialistische medische kennis, de ander met kennis van koken of met de kennis om voor kinderen te zorgen. Maar dat alles is bedoeld om er zo voor elkaar te zijn. Het is wonderlijk als je dat mag ervaren, zoals ik in dat ziekenhuis met die specialist, dat er een mens tegenover je zit, die voor je gaat.’


Ilonka Terlouw (1980) is theoloog en voorganger in de PKN. Ze doet momenteel promotieonderzoek bij de PThU over de evangelische beweging. Haar bijdrage voor deze website verscheen eerder in het openingsnummer van Inspirare.



Voetnoten

[1] Constantijn Geluk, ‘Ontdek Gods Plan Voor Je Leven,’ Jong en Vrij 20 mei 2018, https://subsplash.com/jongenvrij/media/mi/+c8xdkbn. Geraadpleegd 7 juli 2018.


[2] ‘Jong en Vrij,’ www.jongenvrij.nl. Jong en Vrij voelt zich sterk verbonden met de theologie van Joseph Prince en New Creation Church uit Singapore, http://www.jongenvrij.nl/joseph-prince-kerk. Geraadpleegd 7 juli 2018.


[3] De werkers van het ‘eerste uur’ bleven onbesproken. Zie: Geluk, ‘Ontdek Gods Plan Voor Je Leven,’ met name vanaf 17:49 min. Het twaalfde uur – ‘de belangrijkste’ – werd als eerste toegelicht: ‘Als er staat, zo, hé, rond middernacht, dan komt dus die heer van dat land […] dan gaat dat uiteindelijk – dat is het beeld – over God zelf, over Jezus, over de Vader die zal komen.’ Deze uitleg wordt onderbouwd met een verwijzing naar Matteüs 25 waar rond middernacht (‘als het twaalfde uur is’) de bruidegom (‘Jezus’) komt. Zie: ibid., vanaf 18:32 min.


[4] Het gaat mij dus niet allereerst om een verantwoorde exegese van Matteüs 20 of om een systematisch theologische evaluatie van deze (overspannen) versie van Word of Faith theologie. Mijn insteek is meer praktisch theologisch van karakter en richt zich op de bestudering van het geleefde geloof.


[5] Reinhard Van Elderen, ‘Het functioneren van charismata,’ Inspirare 0, no. 0 (2018).


[6] In de decennia rondom het millennium wordt de ‘relevantie’ van het geloof een veel gebruikt (container)begrip waarmee gelovigen de positieve betekenis van het evangelische geloof aanduiden en de evangelische beweging haar boodschap overdraagt. Daarbij staan vooral de relevantie van het geloof voor het individu en voor het dagelijks leven centraal. Zie bv. Miranda Klaver and Peter Versteeg, ‘Evangelicalisering als proces van religieuze verandering,’ Praktische Theologie 34, no. 2 (2007). Ilonka Terlouw, ‘Real Faith. Performativity and Materiality in the Personal Relationship with Jesus of Evangelical Protestants’ (PhD thesis, Protestantse Theologische Universiteit, 2015), e.g. 3-8; 44-45, H5.


[7] Dit betreft een relatief recente stijl van verkondiging. Vanaf de jaren 90 ontwikkelt zich (in Nederland) een sterke nadruk op een positieve, pastorale boodschap (met psychologische en therapeutische ondertonen). Miller spreekt reeds eind jaren 90 over ‘New-Paradigm’ churches. Donald E. Miller, Reinventing American Protestantism. Christianity in the New Millenium (Berkeley, Los Angeles, London: University of California Press, 1997). Over de transformatie van religie: Miranda Klaver, ‘This is my Desire. A Semiotic Perspective on Conversion in an Evangelical Seeker Church and a Pentecostal Church in the Netherlands’ (PhD thesis, Vrije Universiteit Amsterdam, 2011), 23-28; 57-60.


[8] In Real Faith wordt de ervaring van het geloof als realiteit (God is ‘echt’) geanalyseerd en verbonden met performatieve geloofspraktijken en concrete, in het tastbare en zintuigelijke leven ingebedde, geloofservaringen. Terlouw, ‘Real Faith.’; Zie ook: Tanya M. Luhrmann, When God Talks Back. Understanding the American Evangelical Relationship with God (New York: Alfred A. Knopf, 2012).


[9] Deze zelfbevestiging ging mijns inziens ten koste van anderen, toen de roeping van Jong en Vrij verbonden werd met de roeping van hun partners in Duitsland. Zij zijn terughoudend ‘om hun plek’ om de Joden het evangelie te brengen ‘in te nemen.’ Op grond van een ‘woord van God’ kon de voorganger hen echter geruststellen, omdat de ‘afschrikwekkendheid van de Tweede Wereldoorlog alleen maar het grote plan dat God met jullie [het Duitse volk] heeft bewijst.’


[10] Anderson spreekt van ‘neo-charismatic Churches’, waaronder o.a. Word of Faith churches (vanaf jaren 70) en Third Wave churches (vanaf jaren 80), Allan Anderson, ‘Varieties, Taxonomies, and Definitions,’ in Stuyding Global Pentecostalism. Theories and Methods, ed. Allan Anderson, et al. (Berkeley, Los Angeles, London: University of Califormia Press, 2010), 19. Westerbeek onderscheidt n.a.v. ‘There is More’ ook een post-Toronto beweging in Nederland, Ronald Westerbeek, ‘Hoe blijft het vuur branden? Theologische kanttekeningen bij de Post-Toronto-beweging en de There is More-conferentie van het Evangelische Werkverband in de Protestantse Kerk,’ GEESTkracht. Bulletin voor Charismatische Theologie, no. 79 (2017).


[11] Praktijkvoorbeelden zijn eenvoudig te vinden. E.g. Gerard Bruins, ‘'Er gebeuren in Ede zeker wonderen',’ ND, 6 september 2016. Zie ook Randy Clark, There is More! The Secret to Experiencing God's Power to Change Your Life (Bloomington: Chosen Books, 2013), e.g. 103.


[12] Voor een geschiedenis van dit ‘Holy Spirit Supernaturalism’: Luhrmann, When God Talks Back: H1. Zij beschrijft treffend ‘the remarakable shift […] toward a deeply human, even vulnerable God who loves us unconditionally and wants nothing more than to be […] our best friend, as loving and personal and responsive as a best friend in America should be; and toward a God who is so supernaturally present, it is as if he does magic and as if our friendship with him gives us magic, too.’ Ibid., 35. Ook in Nederland ontwikkelt zich in bepaalde stromingen een sterke verbondenheid tussen Gods welwillendheid en de bovennatuurlijke bekrachtiging door de Geest, Terlouw, ‘Real Faith,’ H2, e.g. 46. De Vries geeft een goed voorbeeld hiervan, wanneer hij opmerkt dat ziekte in een dergelijke opvatting gezien wordt als ‘verstoring van Gods diepste heilswil,’ Harmen U. De Vries, ‘De Geest en het niet-weggenomen lijden,’ Inspirare, no. 0 (2018).


[13] E.g.’Meer over There is More & meer,’ GEESTkracht. Bulletin voor Charismatische Theologie, no. 79 (2017); zie de artikelen over genezingspraktijken in:, GEESTkracht. Bulletin voor Charismatische Theologie, no. 81 (2018); Ook b.v.: Bernard J. G. Reitsma, ‘Health, Wealth and Prosperity: A Biblical-Theological Reflection,’ in Evangelical Theology in Transition, ed. C. Van der Kooi, E. Van Staalduinen-Sulman, and A. W. Zwiep (Amsterdam: VU University Press, 2012).


[14] Klaver sprak reeds tien jaar geleden over de ‘charismatisering van de evangelicale beweging’, Miranda Klaver, ‘De evangelicale beweging,’ in Handboek religie in Nederland. Perspectief, overzicht, debat (Zoetermeer: Meinema, 2008), 154. Ook het geloof van evangelische christenen binnen gevestigde kerken kenmerken zich door een hang naar ‘het bijzondere’, Terlouw, ‘Real Faith,’ 189-200.


[15] Miranda Klaver, ‘Genezingspraktijken binnen en buiten de kerk in Nederland,’ GEESTkracht. Bulletin voor Charismatische Theologie, no. 81 (2018): 52; Westerbeek, ‘Hoe blijft het vuur branden?,’ 28; Rob Van Essen, ‘Niets zo gezond als een theologie van het lijden,’ in Zoenen en Zegenen, ed. Rob Van Essen (Gorichem: Narratio, 2017).


[16] De Vries, ‘De Geest en het niet-weggenomen lijden.’


[17] Terlouw, ‘Real Faith.’; Ilonka Terlouw, ‘Desiring More of God,’ in City of Desires. A Place for God? Practical Theological Perspectives, ed. R. Ruard Ganzevoort, Rein Brouwer, and Bonnie J. Miller-McLemore (Münster: LIT, 2013).


[18] Robert Wuthnow, After Heaven. Spirituality in America since the 1950s (Berkeley, Los Angeles, London: University of California Press, 1998); Wade Clark Roof, A Generation of Seekers. The Spiritual Journeys of the Baby Boom Generation (San Franscisco: HarperOne, 1993).


[19] ‘Opnieuw’ wil zeggen: de gereformeerd-protestantse traditie gaf respondenten ook vaak het gevoel tekort te schieten. Respondenten wijzen op de druk van ‘de regels en traditie.’ ‘Zo moet je het doen, en anders niet’; ‘Je moet, je moet, je moet..’ Dit gevoel van tekortschieten is niet weggenomen, eerder vervangen door een nieuwe vorm van tekortschieten. Terlouw, ‘Real Faith,’ 238.


[20] Teun Van der Leer and Tjerk De Reus, ‘In gesprek met Kees van der Kooi: God ontmoeten in het gewone leven,’ Inspirare, no. 0 (2018).


[21] Van der Kooi spreekt over ‘Gods aangezicht zien in het gewone leven.’ Ibid.


[22] Gillet ziet hier een reden voor kerkverlating binnen de evangelische kerken die eind vorige eeuw ontstonden: ‘To keep at the centre of one’s discipleship the liveliness and reality of a personal relationship with Gods demands a daily life of obedience and openness to the work of God’s Spirit […]. This can lead some away from evangelicalism as too hard a road.’ David K. Gillet, Trust and Obey. Explorations in Evangelical Spirituality (London: Darton, Longman and Todd Ltd, 1993), 31; Terlouw, ‘Real Faith,’ 272. Zie ook de ervaring van respondenten ‘tekort te schieten’, voetnoot 19.


[23] Terlouw, ‘Real Faith,’ m.n. H7.


[24] ‘God speaks to believers by making use of the ordinary world. As the divine so breaks through into this world, the world of evangelical Protestants re-enchants.’ Ibid., 207.


[25] Ibid., 190.


[26] Ibid., 200-01.


[27] Voor een uitgebreidere behandeling van dit thema: Reinhard Van Elderen, ‘De waarde van menselijke arbeid,’ Soteria. Evangelische theologische bezinning 28, no. 4 (2011).


[28] K. H. Miskotte, Het gewone leven. In den spiegel van het boek Ruth (Amsterdam: U. M. Holland, 1939), 170.


[29] Ibid., 162.


[30] Ibid., 173.


[31] Ibid.


[32] Ibid.


[33] Westerbeek, ‘Hoe blijft het vuur branden?.’; David Ten Voorde and Hans Maat, ‘Een kerk die verlangt naar méér! Een reactie op de theologische kanttekeningen bij Randy Clark en Bill Johnson,’ GEESTkracht. Bulletin voor Charismatische Theologie, no. 79 (2017); Hans Burger, ‘Betekenisvol oplappen. Genezing tussen reeds en nog niet,’ GEESTkracht. Bulletin voor Charismatische Theologie, no. 81 (2018).


[34] Terlouw, ‘Real Faith,’ 159-65.


[35] Citaat van Leonie, ibid., 159. Later vult Leonie aan: ‘Misschien dat Hij me niet direct antwoord geeft, maar [dat Hij dat wel doet] als ik dat vaker doe, als ik meer tijd neem om met God te zijn.’ Ibid., 163.


[36] Ook Miskotte gebruikt het ‘gewone leven’ en het ‘gegeven leven’ als praktisch synoniem. Miskotte, Het gewone leven.


[37] Wil Derkse, Een levensregel voor beginners. Benedictijnse spiritualiteit voor het dagelijks leven (Tielt: Lannoo, 2003); Dorothy C. Bass, Receiving the Day. Christian Practices for Opening the Gift of Time, Practices of Faith Series (San Francisco: Jossey-Bass, 2000).


[38] Bass, Receiving the Day: 18.


[39] Vgl. Miskotte die spreekt over het gewone leven als een ‘tijd tusschen de tijden,’ een tijd ‘tusschen herinnering en verwachting,’ een tijd tussen ‘Openbaring [die] vroeger is geschied’ en die ‘weer zal geschieden door de profeten.’ ‘Doch in het heden zwijgt de Heere.’ Miskotte, Het gewone leven: 17.



Bibliografie


GEESTkracht. Bulletin voor Charismatische Theologie, no. 81 (2018).


Anderson, Allan. ‘Varieties, Taxonomies, and Definitions.’ In Stuyding Global Pentecostalism. Theories and Methods, edited by Allan Anderson, Michael Bergunder, André Droogers and Cornelis Van der Laan, 13-29. Berkeley, Los Angeles, London: University of Califormia Press, 2010.


Bass, Dorothy C. Receiving the Day. Christian Practices for Opening the Gift of Time, Practices of Faith Series. San Francisco: Jossey-Bass, 2000.


Bruins, Gerard. ‘'Er Gebeuren in Ede Zeker Wonderen'.’ ND, 6 september 2016.


Burger, Hans. ‘Betekenisvol Oplappen. Genezing Tussen Reeds En Nog Niet.’ GEESTkracht. Bulletin voor Charismatische Theologie, no. 81 (2018).


Clark, Randy. There Is More! The Secret to Experiencing God's Power to Change Your Life. Bloomington: Chosen Books, 2013.


De Vries, Harmen U. ‘De Geest En Het Niet-Weggenomen Lijden.’ Inspirare, no. 0 (2018).


Derkse, Wil. Een Levensregel Voor Beginners. Benedictijnse Spiritualiteit Voor Het Dagelijks Leven. Tielt: Lannoo, 2003.


Geluk, Constantijn. ‘Ontdek Gods Plan Voor Je Leven.’ Jong en Vrij 2018.


Gillet, David K. Trust and Obey. Explorations in Evangelical Spirituality. London: Darton, Longman and Todd Ltd, 1993.


‘Jong En Vrij.’ www.jongenvrij.nl.


Klaver, Miranda. ‘De Evangelicale Beweging.’ In Handboek Religie in Nederland. Perspectief, Overzicht, Debat, 146-59. Zoetermeer: Meinema, 2008.

‘Genezingspraktijken Binnen En Buiten De Kerk in Nederland.’ GEESTkracht. Bulletin voor Charismatische Theologie, no. 81 (2018): 17-26.

‘This Is My Desire. A Semiotic Perspective on Conversion in an Evangelical Seeker Church and a Pentecostal Church in the Netherlands.’ PhD thesis, Vrije Universiteit Amsterdam, 2011.


Klaver, Miranda, and Peter Versteeg. ‘Evangelicalisering Als Proces Van Religieuze Verandering.’ Praktische Theologie 34, no. 2 (2007): 169-82.


Luhrmann, Tanya M. When God Talks Back. Understanding the American Evangelical Relationship with God. New York: Alfred A. Knopf, 2012.


‘Meer over There Is More & Meer.’ GEESTkracht. Bulletin voor Charismatische Theologie, no. 79 (2017).


Miller, Donald E. Reinventing American Protestantism. Christianity in the New Millenium. Berkeley, Los Angeles, London: University of California Press, 1997.


Miskotte, K. H. . Het Gewone Leven. In Den Spiegel Van Het Boek Ruth. Amsterdam: U. M. Holland, 1939.


Reitsma, Bernard J. G. ‘Health, Wealth and Prosperity: A Biblical-Theological Reflection.’ In Evangelical Theology in Transition, edited by C. Van der Kooi, E. Van Staalduinen-Sulman and A. W. Zwiep, 148-63. Amsterdam: VU University Press, 2012.


Roof, Wade Clark. A Generation of Seekers. The Spiritual Journeys of the Baby Boom Generation. San Franscisco: HarperOne, 1993.


Ten Voorde, David, and Hans Maat. ‘Een Kerk Die Verlangt Naar Méér! Een Reactie Op De Theologische Kanttekeningen Bij Randy Clark En Bill Johnson.’ GEESTkracht. Bulletin voor Charismatische Theologie, no. 79 (2017).


Terlouw, Ilonka. ‘Desiring More of God.’ In City of Desires. A Place for God? Practical Theological Perspectives, edited by R. Ruard Ganzevoort, Rein Brouwer and Bonnie J. Miller-McLemore, 143-52. Münster: LIT, 2013.

‘Real Faith. Performativity and Materiality in the Personal Relationship with Jesus of Evangelical Protestants.’ PhD thesis, Protestantse Theologische Universiteit, 2015.


Van der Leer, Teun, and Tjerk De Reus. ‘In Gesprek Met Kees Van Der Kooi: God Ontmoeten in Het Gewone Leven.’ Inspirare, no. 0 (2018).


Van Elderen, Reinhard. ‘De Waarde Van Menselijke Arbeid.’ Soteria. Evangelische theologische bezinning 28, no. 4 (2011): 27-36.

‘Het Functioneren Van Charismata.’ Inspirare 0, no. 0 (2018).


Van Essen, Rob. ‘Niets Zo Gezond Als Een Theologie Van Het Lijden.’ In Zoenen En Zegenen, edited by Rob Van Essen, 277-86. Gorichem: Narratio, 2017.


Westerbeek, Ronald. ‘Hoe Blijft Het Vuur Branden? Theologische Kanttekeningen Bij De Post-Toronto-Beweging En De There Is More-Conferentie Van Het Evangelische Werkverband in De Protestantse Kerk.’ GEESTkracht. Bulletin voor Charismatische Theologie, no. 79 (2017): 6-9.


Wuthnow, Robert. After Heaven. Spirituality in America since the 1950s. Berkeley, Los Angeles, London: University of California Press, 1998.

0 keer bekeken

© 2019 Tijdschrift Inspirare. In samenwerking met uitgeverij Merweboek.

  • LinkedIn Inspirare
  • Facebook Inspirare
  • Twitter Inspirare