top of page

Licht onder de rivieren

  • Stefan Paas
  • 12 uur geleden
  • 3 minuten om te lezen

Licht onder de rivieren: Evangelische gemeentestichting in Zuid-Nederland.

Hans Riphagen, Jack Barentsen (red.), Eburon Utrecht 2025, 206 blz., € 23,00

 

Anton, misdienaar in de plaatselijke parochie, bezocht op twaalfjarige leeftijd een Pinkstergemeente en kreeg een Bijbel van een van de oudsten daar. Toen zijn vader hem betrapte, pakte hij de Bijbel af en verbood hem voortaan om op zondagochtend de deur uit te gaan. Zijn moeder was wat milder gestemd en wist hem de Bijbel na drie maanden terug te bezorgen, met de waarschuwing: ‘Verstop hem goed, want dit lukt me geen tweede keer.’ Anton kwam door een James-Bondfilm op het idee om de Bijbel te verstoppen in een uitgehold boek. ‘Rolfs laatste schooljaar’. En zo geschiedde. Na een jaar wist de pinkstervoorganger zijn vader te vermurwen en mocht Anton zijn zoektocht in alle openheid vervolgen.


James Bond en evangelisatie

Het is een van de kostelijke verhalen in het boek Licht onder de rivieren. In dit geval gaat het zelfs vergezeld van een foto van het uitgeholde boek – alsof je een spionageverhaal leest. De kracht van Licht onder de rivieren zit hem in de manier waarop vijf evangelische gemeenten uit Brabant en Limburg worden voorgesteld, via informanten uit de gemeenten zelf. Die maken driftig gebruik van het orale archief, oude kerkblaadjes, hun eigen herinneringen en zo meer. Dat levert een unieke blik op in deze vijf gemeenten, met een diepgang en oog voor details die vermoedelijk niet door een onderzoeker van buitenaf was bereikt. Het is een mooie vondst van de samenstellers van het boek, een vondst ook die vast veel organisatie en redactie heeft gevergd.


De gemeenten verschillen in leeftijd – de oudste is honderd jaar, de jongste is in de pioniersfase – en qua denominatie. (Jammer genoeg is het niet gelukt om migrantengemeenten te vinden die zich wilden voorstellen in het boek.) De vijf verhalen gaan over de migratie van protestanten naar het zuiden, dankzij werkgelegenheid in de mijnen. Ze bespreken het kwetsbare begin van veel gemeenten en de botsingen met de katholieke omgeving, zoals het verhaal hierboven.  Het gaat over leiderschapsissues, over evangelisatieacties, getuigenissen van bekering en levensverandering, spanningen rondom liturgie of ‘vrijzinnigheid’, over internationale relaties en zo meer. Herkenbaar, vermoedelijk, voor iedereen die de evangelische wereld een beetje van binnenuit kent.


De titel van het boek klinkt ongelukkig, vanuit marketingoogpunt. Een katholiek zou vermoedelijk direct in haar argwaan bevestigd worden: denken die sektariërs nou echt dat het licht van het evangelie hier is gearriveerd met de eerste baptisten? Maar zoals Hans Riphagen uitlegt in de inleiding, is de titel bewust gekozen omdat die de ervaringen weergeeft die in veel verhalen terugkomen. Enerzijds weerspiegelt zij het zelfverstaan van veel evangeliegemeenten in het zuiden, zeker in de beginfase. Anderzijds doet zij recht aan de ervaringen van veel evangelischen met een katholieke achtergrond, die hun eigen bekering ervoeren als doorbrekend licht. Het is dus een ‘emic’ titel, misschien niet sympathiek voor katholieken, maar wel recht doend aan hoe de eerste generaties evangelischen hun geloof beleefden in het zuiden.


Het boek is voorzien van een historische inleiding door Hans Riphagen. Daarnaast vinden we drie theologische reflecties op de verhalen in het boek. Jack Barentsen gaat in op leiderschap, Jelle Creemers bespreekt het oecumenisch ongemak in de verhalen en Oeds Blok gaat in op de missionaire lessen, zoals de noodzaak van een ‘theologie van plaats’. Ofwel, spreekt de evangelische God ook Limburgs? Het boek sluit af met een groepsgesprek door Hans Riphagen met drie evangelische pioniers in Zuid-Nederland. In dat gesprek is ook ruimte voor kritische vragen aan de veelal oudere generatie evangelischen die in de gemeenteverhalen aan het woord komt.


Een punt van kritiek: naar mijn idee had in de boeiende theologische reflecties in dit boek meer het gesprek gezocht kunnen worden met bestaande (academische) literatuur over gemeentestichting in het Westen. Ik denk dan in het bijzonder aan Als een kerk opnieuw begint (2008), waarin niet alleen dezelfde methode wordt gevolgd van het beschrijven van diverse pioniersgemeenten in Nederland (ook onder de rivieren), maar waarin ook aan theorie wordt gebouwd rondom pionieren. Verder kunnen we denken aan Church Planting in Europe (2015) van Evert van de Poll en Joanne Appleton en aan Church Planting in the Secular West (2016) van ondergetekende. Tot slot denk ik aan de nog recentere boeken van Michael Moynagh over fresh expressions in het Verenigd Koninkrijk. Al die literatuur ontbreekt in dit boek. Juist in de praktische theologie vind ik het een probleem dat veel auteurs proberen om zo’n beetje het wiel opnieuw uit te vinden, in plaats van mee te bouwen aan een gezamenlijk onderzoeksproject. Omdat dit nieuwe boek zoveel ervaringsgegevens bevat en omdat het probeert deze theologisch te verwerken, is het belangrijk om een en ander te verwortelen in bestaande kennis op dit terrein. Zo komen we samen verder.

 

Stefan Paas, hoogleraar missiologie en publieke theologie, Vrije Universiteit Amsterdam & hoogleraar missiologie, Theologische Universiteit Utrecht

 

 

Opmerkingen


© 2024 Tijdschrift Inspirare in samenwerking met uitgeverij Merweboek. | Privacy verklaring

  • Facebook
  • LinkedIn Inspirare
bottom of page