• Jan Martijn Abrahamse

Eertijds evangelisch: over secularisatie en geloof

Met deze blog neem ik na 12,5 jaar een beetje afscheid van Inspirare, eertijds Soteria. ‘Een beetje’ omdat ik niet langer deel zal uitmaken van de redactie maar waarschijnlijk wel via recensies, en zo af en toe een artikel, wel nog hoop bij te dragen. Hoe dan ook, een moment om mij eens af te vragen: hoe evangelisch ben ik (nog)? Wat is er die afgelopen jaren gebeurd met de evangelische beweging en mij als christen die zich daar blijkbaar mee heeft geassocieerd?


De oude fronten van de evangelische beweging zoals deze zich met name na de Tweede Wereldoorlog opkwam lijken totaal verschoven. Eertijds ging het om de waarheid van de Bijbel tegenover wetenschap, de gezinsmoraal rond huwelijk en seksualiteit, de grote nadruk op de urgentie van persoonlijk geloof om maar niet verloren te gaan, de focus op het bijzondere leven met God tegenover de vastgeroeste patronen van de traditionele kerken, het sterke activistische geloof dat de gezapigheid wilde doorbreken. Deze mix van evangelisch elan dat ooit de kerkelijke kaart veranderde, lijkt z’n appel op mijn generatie, de bekende millennials, te hebben verloren. Zij, wier ouders nog in de koffiebar tot geloof kwamen, vragen zich nu af of ze nog wel geloven. Zij, wier ouders met grote overtuiging konden vasthouden aan ‘de Waarheid van de Schrift’ en de logische claims die daaruit volgden, kunnen het niet meer verbinden met de wereld waarin ze leven. Zij, wier ouders de mannen- en vrouwendagen bezochten in Haamstede, de eerste opwekkingsbijeenkomsten in Vierhouten, en hun kinderen naar Soest stuurden, gaan nu op zondagochtend hardlopen of naar de moestuin.


In de afgelopen tijd kwam ik regelmatig een leeftijdsgenoot tegen die kerkloos is geworden omdat deze niet meer uit de voeten kan met de evangelische zekerheden, geloofstaal en visie op de wereld. De Trump-jaren hebben dit proces verder versneld. De enorme hoeveelheid boeken daarover laten dat zien. Ook de gender-discussie die daarmee verbonden is, zoals het boek van Kristin Kobes Du Mez, Jesus and John Wayne: How White Evangelicals Corrupted a Faith and Fractured a Nation (2020). Natuurlijk zijn deze Amerikaanse toestanden niet één op één van toepassing op de Nederlandse situatie, maar ook hier kreeg Trump behoorlijke steun onder evangelischen, zoals websites als CIP.nl toonden. In de evangelische gemeente waarin ik predikant was werd door een gastspreker in de aanloop naar de presidentsverkiezingen wel eens positief aangehaakt bij de profetieën die rondgingen over Trumps herverkiezing. Ook onder hen die niet per se wegliepen met Trump, werd wel benadrukt dat hij Israël tenminste steunde en de ambassade naar Jeruzalem had gehaald. Ook hier vonden de vele complottheorieën hun aanhang en stonden er evangelische christenen de protesteren tegen de maatregelen op het Malieveld. Wat ik maar wil zeggen: zover is het niet bij ons vandaan, zeker niet gezien het feit dat de verregaande globalisering van ideeën en bewegingen waarin geografische afstand minder belangrijk is geworden dan het digitale bereik.


Wellicht is mijn eigen vervreemding meer het gevolg van de kloof die ik ervaar met de kerk waarvan ik deel ben en van de kerkdiensten die ik in den lande bezoek als gastpredikant, die maken dat ik mij ‘eertijds evangelisch’ noem. De tegenstelling tussen de invulling van de samenkomsten en mijn geloof. Ik zeg ‘mijn geloof’, maar tegelijk merk ik ook dat zelfs die woorden hoog gegrepen zijn. Want, wáár is mijn geloof eigenlijk? Een vraag die Jezus aan zijn discipelen voorhoudt. Het coronajaar heeft de secularisatie van mijn leven behoorlijk blootgelegd. De existentiële crisis die ik gadesla bij mijzelf en anderen wordt in mijn evangelische context niet onder ogen gekomen. Waar mijn ouders de beweging maakten van een bevindelijke gereformeerde bondskerk naar een onafhankelijke evangelische gemeente in mijn kinderjaren, daar beweeg ik nu online naar diezelfde gereformeerde diensten, vaak van confessioneel allooi. Op zoek naar woorden die in staat zijn mijn tanende geloof aan te spreken en mij zicht geven op wat boven mijn kleine leven uitgaat maar tegelijk deze gebroken wereld niet uit het oog verliest. Het lied ‘Wij blijven geloven’ in de versie van Mensenkinderen is de afgelopen jaren regelmatig een lied geweest waarin ik mij kan ‘opzingen’. Niet met een triomfantelijke onverzettelijkheid, maar – als ik eerlijk ben – een zeer fragiel hopen waarin ik besef dat deze tijd een discipline vraagt die niet overeenstemt met mijn gevoelsleven, mijn verlangens en ervaringen, dat desondanks zich niet aan de indruk kan onttrekken dat Christus hem trekt:


Wij blijven geloven dat onder miljoenen, de Heer van de schepping een plan voor ons heeft, waarin zich Zijn heil en mijn twijfel verzoenen en dat aan elk leven betekenis geeft. En ook dat Zijn boodschap de mens kan bevrijden, hoe vast ook verstrikt in het web van de tijd, nog steeds kan vertroosten, verlichten, verblijden, wanneer hier de levensbaan uitzichtloos lijkt.

9 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven