© 2019 Tijdschrift Inspirare. In samenwerking met uitgeverij Merweboek.

  • LinkedIn Inspirare
  • Facebook Inspirare
  • Twitter Inspirare
  • Redactie Inspirare

Christendom in beweging

Bijgewerkt: 24 aug 2019


Afgelopen jaar kwam de vertaalde versie van het boek The Great Spiritual Migration van Brian McLaren op de markt. Stefan Paas, hoogleraar aan de Vrije Universiteit en de Theologische Universiteit Kampen, schreef een recensie voor Inspirare.



Rond 1995 ontstond in de Verenigde Staten een protestbeweging van jongere evangelicals tegen de megakerk-cultuur en de door culture wars aangewakkerde loopgravenmentaliteit van veel evangelicale kerken. Gedreven door frustratie met een in hun ogen vastgelopen en bekrompen evangelicalisme begonnen zij een zoektocht naar een authentiek, verbindend christendom dat relevant zou zijn voor de postmoderne samenleving.

Zijn taal is vaak meeslepend, met pakkende beelden. Bovenal heeft hij wel degelijk een belangrijk punt te pakken als hij keer op keer benadrukt dat de christelijke leer en het lezen van de Bijbel ‘door de liefde werken’.

Vanaf het begin was Brian McLaren een van degenen die deze zoektocht vormgaf in een reeks van vlotgeschreven en vaak meeslepende boeken. In dit nieuwe boek – oorspronkelijke titel: The Great Spiritual Migration – benadrukt hij opnieuw zijn centrale boodschap: het christelijk geloof is niet een stelsel van dogma’s en regels, maar een levensstijl; de kerk is geen bolwerk van waarheid, maar een leerschool van liefde; en missie is niet bedoeld om de kerk te versterken of de superioriteit van het christendom te bewijzen, maar om bij te dragen aan het algemeen belang.


Een planetair christendom

Ten opzichte van eerdere boeken lijkt McLaren weer iets verder opgeschoven naar een ‘planetair christendom’, waarin christenen samen met aanhangers van andere religies zich inzetten tegen de ecologische ondergang van de aarde. Het boek eindigt met ‘veertien richtlijnen voor een rechtvaardig en ruimhartig christendom’.


Participatory eschatology

Over dit boek is veel te zeggen dat ook al gezegd is over de meeste andere boeken van McLaren. Een sleutel om veel van de emerging church-literatuur te begrijpen ligt, zoals onlangs nog opgemerkt door Hannah Steele, bij de eschatologie. McLaren en andere emergers hebben, zo lijkt het, afscheid genomen van een eschatologie waarbij de redding en het herstel van de schepping afhangen van een ingrijpen van God ‘van de andere kant’ aan het einde der tijden. In plaats daarvan omarmen zij een ‘participatory eschatology’, de verwachting van een nieuwe aarde die geleidelijk tot stand zal komen naarmate meer mensen zich ervan bewust worden dat God al in hun midden woont en zijn schepping oneindig liefheeft. Deze benadering, waarbij invloed van procestheologie te bespeuren is (God maakt zich afhankelijk van de goede wil en inspanning van mensen), verklaart de geweldige schwung die boeken van emergers kenmerkt: de hartstochtelijke oproep aan alle lezers om zich mee te laten nemen in de geweldige beweging van God naar het einde.


Omdat de toekomst open is en grotendeels door bezielde mensen zal worden gevormd, krijgt het nieuwe en toekomstige ook alle nadruk. Zie de titels van McLarens boeken, die vrijwel allemaal een zinspeling maken op dat alles ‘nieuw’ en ‘anders’ moet. Van de weeromstuit betekent dit ook dat het vroeger allemaal niet veel soeps was. Ook in dit boek put McLaren zich uit om het evangelicalisme in het bijzonder, maar allengs toch ook steeds meer het traditionele christendom in het algemeen, af te schilderen als een dor systeem van wetten en regels, van groepsdruk en angst, van conformisme en wat niet al.


Enkele kritische noten

Ook elke twijfel en kritiek op McLaren zelf wordt direct geneutraliseerd als de stem van ‘de kleine fundamentalist in jezelf’. Zulke valse dilemma’s, opzichtige manipulatie en stropoppen gaan op den duur vervelen, en ze verbazen je des te meer van iemand die haast op elke pagina schrijft dat christenen verbinding moeten zoeken en de liefde moeten omarmen. Gek genoeg ademt het boek zodoende veel van de polemische, kort-door-de-bocht-cultuur waaruit McLaren en andere post-evangelicals zich uit alle macht proberen te bevrijden. Het is, tot op zekere hoogte, frustratieliteratuur van gewonde fundamentalisten.


Meer kritische noties zouden te noemen zijn, zoals een heel mager ontwikkelde Christologie (‘incarnatie’ heeft bij McLaren vooral betrekking op ‘ingaan op de cultuur’, en van de kruisdood blijft weinig anders over dan een model voor navolging), maar graag benadruk ik dat er wel degelijk het nodige te leren valt van McLaren. Zijn taal is vaak meeslepend, met pakkende beelden. Bovenal heeft hij wel degelijk een belangrijk punt te pakken als hij keer op keer benadrukt dat de christelijke leer en het lezen van de Bijbel ‘door de liefde werken’. Dat geeft, zeker voor hen die tabak hebben van bekrompen fundamentalisme maar hun liefde voor Jezus niet kwijt zijn, een perspectief om als het ware opnieuw christen te worden.


Tot slot

Al met al een gemengde ervaring dus: beeldend, prikkelend, ontroerend soms, en geregeld ook frustrerend. Maar een boek dat, ondanks alle fratsen van de schrijver, perspectief en inspiratie geeft.


Deze recensie van Stefan Paas verscheen ook in ons recente decembernummer (2018).

230 keer bekeken