top of page

Een arts over gebedsgenezing

  • Redactie Inspirare
  • 12 uur geleden
  • 3 minuten om te lezen

Onvermoed aangeraakt. Onderzoek van een arts naar genezing na gebed.

Dick Kruijthoff, KokBoekencentrum Utrecht 2025, 256 blz., € 21,99

 

De auteur was de huisarts van Janneke Vlot-de Vries uit Bleskensgraaf, toen zij in 2007 na bezoek aan een genezingsdienst van evangelist Jan Zijlstra plotseling geheel genas van een jarenlang lijden aan de gevolgen van posttraumatische dystrofie.

Haar genezing zette Kruijthoffs zoektocht in gang naar de ervaringen van anderen die zeggen na gebed genezen te zijn, met als specifieke vragen in hoeverre hun genezingen medisch gezien opmerkelijk en/of onverklaard waren en hoe deze begrepen konden worden. Daarbij werd hij gesteund door een interdisciplinair onderzoeksteam van wetenschappers en door een beoordelingsteam van medisch specialisten uit verschillende vakgebieden die de ziekte-achtergrond en de genezingen van de door de auteur geworven onderzoekskandidaten onderzochten. Zijn onderzoek resulteerde in zes wetenschappelijke artikelen, die samen met een inleidende terreinverkenning en een afsluitende theologische en algemene discussie zijn proefschrift Healing after Prayer vormen, dat in 2023 verscheen.


In Onvermoed aangeraakt geeft Kruijthoff eerst de bevindingen weer van zijn inventarisatie van genezing op gebed in bestaande medische literatuur, om vervolgens uiteen te zetten hoe zijn onderzoek werd opgezet en welke resultaten het opleverde. Wat het laatste betreft: genezing na gebed blijkt niet frequent voor te komen, maar medisch opmerkelijke genezingen vinden zeker plaats, en dan merendeels buiten de context van genezingsdiensten. Van de 83 voor Kruijthoffs onderzoek aangemelde genezingen werden uiteindelijk 27 in behandeling genomen; daarvan werden 11 als opmerkelijk gekwalificeerd. Geen enkele genezing werd als medisch onverklaard beschouwd, hoewel enkele zeer dicht tegen deze kwalificatie aan zaten. Van de genoemde 11 opmerkelijke genezingen worden, verspreid over het boek, vier uitvoerig toegelicht in intermezzo’s tussen de hoofdstukken, waarin door middel van vraaggesprekken met de genezen personen hun ziektegeschiedenis en genezing worden toegelicht en vervolgens de medische beoordeling daarvan wordt weergegeven – een afwisseling in presentatie die de leesbaarheid van het boek ten goede komt. Ook andere interviews, o.a. met enkele leden van het onderzoeksteam en het beoordelingsteam en met drie supervisoren, dragen aan de leesbaarheid bij.


In een apart hoofdstuk geeft Kruijthoff, onder de titel ‘De andere kant van de medaille’, terecht aandacht aan negatieve ervaringen met ‘gebedsgenezing’. Hij beschrijft enkele teleurstellende ervaringen buiten de kring van degenen die zich voor zijn onderzoek aanmeldden, en waarschuwt voor het veronderstellen van een automatische reactie tussen gebed en genezing.


Kruijthoffs boek mondt uit in een pleidooi voor een complementaire benadering van wetenschap en religie, vanuit zijn bevinding dat genezing op gebed de gehele persoon blijkt te raken, naar lichaam, ziel en geest: ‘De scheidslijn tussen wetenschap en religie zou […] wel eens minder scherp, oftewel poreuzer, kunnen zijn dan we hadden gedacht’ (196), en: ‘Op het snijvlak tussen die twee gebeuren spannende dingen!’ (201). In mijn proefschrift over de dienst der genezing in zorginstellingen uit 2006 heb ik een dergelijke complementariteit reeds bepleit. Het is belangrijk dat nu ook vanuit de geneeskunde voor deze aanvullende benadering een lans gebroken wordt.


In zijn slothoofdstuk beschrijft de auteur de concrete leerpunten van zijn onderzoek

  • voor de geneeskunde (kijk niet alleen naar objectieve medische gegevens, maar neem ook de [genezings]ervaring van de patiënt serieus),

  • voor kerk en theologie (sta ervoor open dat er in de praktijk incidenteel levensveranderende en onverwachte genezingen op gebed voorkomen, ook al blijft het al dan niet plaatsvinden daarvan een mysterie), en

  • voor de samenleving (sta open voor de diepere dimensies van ‘geest’ en ‘ziel’ en voor de gunstige effecten van religie en spiritualiteit op gezondheid).


Zijn slotadviezen om naast de rooms-katholieke meldpunten ook vanuit de protestantse en evangelische kerken een medisch bureau op te zetten waar genezingen op gebed kunnen worden gemeld en op hun waarde geschat, en om verder te gaan met interdisciplinair wetenschappelijk onderzoek naar genezing en gebed, lijken mij zinvolle suggesties op weg naar een verdere volwassen benadering van de ten onrechte dikwijls verguisde én misbruikte thematiek van genezing op gebed.

 

Harmen U. de Vries, emeritus PKN-predikant

Opmerkingen


© 2024 Tijdschrift Inspirare in samenwerking met uitgeverij Merweboek. | Privacy verklaring

  • Facebook
  • LinkedIn Inspirare
bottom of page