Gods slaafgemaakten
Gods slaafgemaakten. Hoe het christendom slavernij verdedigde en veroordeelde.
Martijn J. Stoutjesdijk, KokBoekencentrum Utrecht 2026, 332 blz., € 21,99
Een Bijbelvertaling voor slaven waarin de exodusgeschiedenis wordt weggelaten, alleen al dit gegeven bepaalt je er als lezer bij hoeveel er op het spel staat in dit boek. Iedereen met interesse in de kerkgeschiedenis en/of geschiedenis van de slavernij in Nederland is bij dit goed leesbare boek aan het juiste adres. Het boek kent enkele illustraties die argumenten of feiten verbeelden.
De auteur neemt de lezer mee in spanningen tussen praktijken en overtuigingen, in botsende belangen, in theologische motivaties en afwegingen. Een praktijk is zelden eenduidig. Wat doe je als slaven christenen worden? Wat betekent dit voor je antropologie en je theologie? Of wat gebeurt er als de focus komt te liggen op geestelijke slavernij in plaats van op de lichamelijke slavernij? Hoewel er uitstapjes worden gemaakt, komt de auteur steeds terug bij het centrale onderwerp ‘Kerk en slavernij in Nederland’ en laat zien dat zowel voor- als tegenstanders van de slavernij zich op de Bijbel beriepen.
Het boek begint bij de Bijbel. Hoe wordt in de Bijbel wel of niet over slavernij gesproken, met als de grote queeste waarom de Bijbel nergens het fenomeen kritisch afwijst. Een hoofdbreker. De auteur gaat de cruciale teksten en passages langs, analyseert en interpreteert. Vervolgens volgt een analyse van de interactie tussen slavernij en het christendom in de Vroege Kerk. De Barbarijse slavernij (Noord-Afrika) komt aan de orde en er is een hoofdstuk dat focust op slavernij in Azië en Zuid-Afrika en op de koloniale bezittingen in de West. Er zijn hoofdstukken die expliciet ingaan op een theologische spanning zoals de uitdrukking: ‘De Ethiopisch eunuch witwassen.’ ‘De vloek van Cham’ komt in meerdere hoofdstukken aan de orde.
De auteur maakt inzichtelijk hoe er in de geschiedenis diverse (vijf) kantelpunten waren, momenten waarop een keuze tegen slavernij mogelijk zou zijn geweest (bijvoorbeeld bij Paulus). Het boek laat zien hoe mensen volharden in overtuigingen, maar ook konden veranderen zoals John Newton, schrijver van het lied ‘Amazing Grace.’ Terecht neemt de auteur een hoofdstuk op over doorwerkingen en continuïteiten van racisme en slavernij in de kerk – en antwoorden. Het spectrum gaat van contractarbeid tot kinderbijbels, van het aantal predikanten van kleur in de PKN tot fairtrade. Daarmee biedt dit hoofdstuk een patchwork op van praktijken die om serieuze aandacht vragen.
Voor mij echter ligt de grote kracht van het boek in de hoofdstukken ervoor en de voor zover ik kan inschatten evenwichtige bespreking van de complexe werkelijkheid. Het biedt een overtuigende vloer om in het slothoofdstuk de opdracht aan kerken te benadrukken om kerkelijke excuses concreet vorm te geven in een weg van ‘genezing en herstel.’ Waarbij het niet de gemeenschappen van de koloniale machthebbers moeten zijn die aangeven hoe die weg er het beste uit kan zien.
De veelheid maakt dat de auteur moet kiezen. Dan komen er ook dingen niet aan de orde. Zo stelt de auteur dat het beroep in Zuid-Afrika op de theorie van de geschapen ordeningen van Kuyper wellicht een misinterpretatie van zijn gedachtegoed was, maar werkt dat verder niet uit. De auteur geeft aan hoe bij de afschaffing van de slavernij het argument ‘de geest van het christendom’ (Nicolaas Beets) klonk. Dit argument werd verbonden met de evangelie-uitspraken ‘doe aan anderen wat u wilt dat zij aan u doen’ en ‘heb God lief boven alles en de naaste als uzelf.’ De auteur komt echter tot de interpretatie dat die ‘geest van het christendom’ een ‘glibberig en weinig overtuigend argument is.’ Dit omdat mensen die dit argument hanteerden, ook het argument van ‘geleidelijk ontwaken van een waar christelijk (zelf)inzicht’ konden gebruiken, wat mogelijk vertragend heeft gewerkt bij de afschaffing. Om daarom het argument van ‘geest van het christendom’ glibberig en weinig overtuigend te noemen, lijkt me wat snel gaan. Laat onverlet dat ook dat argument weer in een cocktail van perspectieven en praktijken werd gehanteerd en vorm kreeg.
De informatiedichtheid van het boek is hoog. Je zult jezelf dus wel enkele pauzes moeten gunnen bij het lezen. Maar het is meer dan de moeite waard. Je krijgt een schat aan kennis, wordt meegenomen in een boeiende weg van interpretatie van een fenomeen dat met het oog op recht en gerechtigheid grondig onderzocht dient te worden.
Ronelle Sonnenberg, universitair hoofddocent Praktische Theologie/Youth Ministry aan de PThU te Utrecht




Opmerkingen