• Jan van der Stoep

Leven vanuit verwachting

Hoop in een tijd van crisis


Als iets ons bezig hield het afgelopen jaar, is het wel de coronacrisis.[1] We werden geacht zoveel mogelijk thuis te werken en moesten anderhalve meter afstand tot elkaar houden. Vaccinatie lijkt de uitweg te zijn uit deze crisis, maar niet iedereen is daar meteen van overtuigd. Interessant is dat in zo’n tijd van crisis ook veel over hoop gesproken wordt. Mensen zijn op zoek naar uitzicht, verlangen naar licht aan het einde van de tunnel. Maar wat is hoop precies? Hoe kunnen we vanuit een christelijke levensovertuiging hoop duiden?


Meervoud

We spreken vaak over de coronacrisis in enkelvoud. Maar als je goed kijkt naar wat er het afgelopen jaar is gebeurd, kun je ook over crises in meervoud spreken. Allereerst is er sprake van een bestuurlijke crisis. Het kabinet wilde ‘in control’ blijven. Daarbij baseerde het zich doorgaans op adviezen van het OMT. Er was weinig ruimte voor andere perspectieven dan het medische. Het kabinet had lang niet altijd de zaken op orde, worstelde met gebrek aan capaciteit en maakte verschillende keren ook onhandige inschattingen. De zakelijke insteek die ze kozen, leverde hun het verwijt op dat ze nogal bestuurlijk en instrumenteel opereerden. Het neoliberale beleid zoals dat de afgelopen jaren gevoerd is, lijkt sleets te zijn geworden.


Ten tweede is er sprake van een maatschappelijke crisis. Even leek het of corona mensen uitdaagde om meer contacten te hebben in de buurt, meer voor elkaar te zorgen en vaker de natuur in te gaan. Wat we echter het afgelopen jaar vooral gezien hebben, is verdeeldheid. Het wantrouwen tegenover de overheid en tegenover vaccinaties nam toe, gevoed door allerlei complottheorieën. Ook grote gedragsveranderingen bleven uit. We wilden zo snel mogelijk weer terug naar ‘normaal’. En dan heb ik het nog niet eens over al die landen in het mondiale Zuiden die nog wachten op vaccinaties en waar het virus het maatschappelijke leven nog ernstiger heeft ontregeld dan bij ons, in het rijke Westen. Een samenbindend verhaal waar iedereen voor gaat, lijkt afwezig te zijn.


Ten derde heeft het er alle schijn van dat de coronacrisis een voorbode is van een ecologische crisis. Sommigen leggen zelfs een direct verband tussen onze omgang met de aarde en de komst van het virus. Door het kappen van oerwouden en door intensivering van de landbouw nemen de kansen toe dat virussen bij dieren overspringen op de mens. Bovendien zorgen onze moderne transportsystemen ervoor dat virussen zich razendsnel kunnen verspreiden. Ook al weten we nog niet precies de oorzaak van de eerste uitbraak van corona, het virus laat zien dat we met alle vezels van ons bestaan met andere organismen verbonden zijn. We zijn voluit biologische wezens en daarmee ook kwetsbaar voor veranderingen in onze natuurlijke omgeving. Achter de coronacrisis doemt een klimaatcrisis op, die heel wat meer van ons zal vergen dan wat er het afgelopen jaar van ons gevergd is. Het is de vraag of we daarop voldoende voorbereid zijn.

In deze lezing wil ik onderzoeken wat hoop kan betekenen in een situatie van crisis. Ik wil onderzoeken waarom hoop juist nu zo belangrijk is en hoe hoop ons kan motiveren om te streven naar een beter bestaan. Dat doe ik door drie kenmerken van hoop te onderscheiden. Hoop is allereerst een deugd die om volharding vraagt (1). Hoop geeft bovendien een perspectief dat tot handelen aanzet (2). Ten slotte geeft hoop ook richting aan het bestaan (3).[2]


Hoop is een deugd die om volharding vraagt

Vaak wordt hoop een deugd genoemd. Dat is niet ten onrechte. Een deugd is een eigenschap of een manier van doen die je kunt oefenen. In de positieve psychologie wordt wel gesproken over ‘high hope people’, mensen die een bepaalde gezindheid hebben. ‘High hope people’ zijn mensen die zich duidelijke doelen stellen, die de wilskracht hebben om helemaal voor deze doelen te gaan (will power) en ook de creativiteit en flexibiliteit bezitten om andere wegen uit te proberen als het langs de oorspronkelijk gekozen weg niet lukt (way power).[3] Een deugd oefen je overigens niet in je eentje. Het is belangrijk dat je je aan elkaar kunt optrekken. Als mensen vertrouwen in je hebben, stimuleert dat om door te gaan. Omgekeerd kun je anderen aansteken door, juist als een situatie lastig is, vanuit hoop te blijven denken en handelen.


Dat hoop een deugd wordt genoemd, gaat terug op een eeuwenoude traditie. In de klassieke oudheid werden vier deugden onderscheiden: verstandigheid, rechtvaardigheid, moed en matigheid. Dit worden ook wel de kardinale deugden genoemd. Thomas van Aquino voegde daar in de middeleeuwen drie theologale deugden aan toe: geloof, hoop en liefde. Deze deugden, die ook wel de christelijke deugden worden genoemd, ontleende hij aan 1 Korintiërs 13:13. Theologale deugden zijn deugden die betrokken zijn op iets of iemand buiten onszelf. Ze hebben een receptief karakter.[4] Ze veronderstellen een betrokkenheid op andere mensen, op God of op een werkelijkheid die we zelf niet in de hand hebben. Je hoopt altijd op iets of iemand, net zo goed als geloof (in de vorm van vertrouwen) en liefde altijd een relatie met iets of iemand veronderstellen.

Een belangrijk kenmerk van een deugd is dat een deugd altijd het juiste midden zoekt. Iemand die op een goede manier moedig is, bewaart het juiste midden tussen enerzijds lafheid, het niet durven handelen, en anderzijds overmoed, het teveel op je eigen vermogen vertrouwen. Iets soortgelijks kan gezegd worden over hoop. Wie wanhoopt of wie cynisch is over de toekomst, bezit een tekort aan hoop. Die heeft de hoop al opgegeven. Iemand die daartegen te idealistisch is of te hoge verwachtingen heeft, bezit onvoldoende realiteitszin en kan gemakkelijk gedesillusioneerd raken. Door steeds opnieuw je verwachtingen in dialoog met de situatie en met anderen te vormen en bij te stellen, leer je wat de juiste maatvoering is. Je leert om enerzijds jezelf niet te snel bij de bestaande situatie neer te leggen en anderzijds niet te veel irreële verwachtingen te koesteren.


Dat je moet oefenen, dat je met vallen en opstaan moet leren wat het juiste midden is, laat zien dat hoop niet iets is dat mensen komt aanwaaien. Hoop kan niet zonder karaktervorming. Om je op een goede manier op je doel in te stellen en het juiste spelgevoel te ontwikkelen moet je veel meters maken. Hoop vergt, met andere woorden, een hoge mate van volharding. Het is niet toevallig dat hoop zich doorgaans in de geschiedenis meldt juist in situaties die uitzichtloos lijken. Denk maar aan de liederen van de slaven in Amerika of aan dissidenten zoals Martin Luther King, Nelson Mandela en Václav Havel die vaak over hoop spraken. Zonder hoop hadden ze het niet volgehouden in de strijd die ze te voeren hadden. Juist in de donkerheid van het bestaan kan hoop oplichten, krijgt hoop betekenis.[5] Iets soortgelijks zag je ook bij de coronacrisis. In de winter van 2020-2021, tijdens de lockdown, was heel cruciaal dat Mark Rutte een perspectief bleef schetsten, een perspectief van hoe we uit de crisis konden komen. Als we nu blijven volhouden, kan straks zo snel mogelijk alles weer open, was zijn devies.


Hoop is iets heel anders dan optimisme. Optimisme gaat ervan uit dat het vanzelf wel goed komt. Net als pessimisme veronderstelt optimisme dat zaken hun eigen beloop hebben. Ze zetten daarom niet aan tot handelen. Hoop daarentegen betekent hard werken. Het is een anticiperen op een toekomst die zich in het heden meldt. Als je binnenkort iemand verwacht, zorg je er op tijd voor dat je huis op orde is, zodat je de betreffende persoon een goed welkom kunt geven. Op een vergelijkbare manier kun je uitzien naar een nieuwe werkelijkheid waar je naar verlangt, een nieuw Zuid-Afrika bijvoorbeeld of een Verenigde Staten waarin blanken en zwarten op een gelijkwaardige manier met elkaar samenleven. De verwachting waaruit christenen mogen leven is de parousia, de wederkomst van Christus.[6] Als je Jezus op de wolken verwacht, kan het niet anders of dat stempelt je doen en laten hier en nu. Je kunt niet verlangend uitzien naar herstel van deze wereld en tegelijkertijd van de aarde een bende maken of in onrecht met anderen leven.


Hoop is een perspectief dat tot handelen aanzet

Een tweede kenmerk van hoop is daarom dat zij verbonden is met een perspectief dat tot handelen aanzet. Dat is in het voorgaande al duidelijk naar voren gekomen. Je kunt het niet hebben over hoop als deugd zonder ook het responsieve karakter van deze deugd ter sprake te brengen. Hoop is altijd ergens op betrokken. In deze paragraaf wil ik nader bij dit aspect van hoop stilstaan. Mensen die ergens op hopen, leggen zich niet neer bij de bestaande situatie. Zij maken onderscheid tussen hoe zaken er hier en nu voorstaan en hoe zaken er idealiter uit zouden moeten zien. Dat veronderstelt een bepaalde opvatting van wat het goede leven inhoudt en ook een verlangen naar dat goede leven. Denk bijvoorbeeld aan de geloofshelden in Hebreeën 11: mensen als Abraham, de ouders van Mozes of Rachab leefden vanuit de belofte. Ze keken reikhalzend uit naar een betere toekomst, zonder die toekomst hier en nu al te zien.

Om hoopvol te kunnen handelen, moet je je een voorstelling kunnen maken van hoe zaken er in de toekomst uit zouden kunnen zien. Daar is verbeelding voor nodig. Als zaken helemaal vast lijken te zitten, kan het helpen om met andere ogen naar de eigen situatie of de situatie van anderen te kijken. Door een nieuw perspectief in te brengen kan er ineens weer handelingsruimte ontstaan. Dat veronderstelt echter wel een lenigheid van geest, een bereidheid om nieuwe ideeën en perspectieven toe te laten. Als je de controle wilt houden of je door rigide verwachtingen laat leiden, zul je ook geen nieuwe kansen of mogelijkheden zien. De toekomst zal zich dan voegen naar de beperkte verwachtingen die je hebt. Ben je echter steeds weer op zoek naar nieuwe openingen, naar nieuwe manieren van denken en doen, dan verandert dat ook je blik. Ook al wordt een betere wereld, een wereld van shalom, niet direct gerealiseerd, dan nog lever je, door de manier waarop je je leven inricht, een bijdrage aan de realisatie ervan.[7] Dan zie je kansen die je eerder niet gezien had en ga je je anders gedragen. Er wordt in je leven iets zichtbaar van de hoop die in je is.


Een beproefde manier om onze verbeeldingskracht te vormen is het vertellen van verhalen aan elkaar. Verhalen bevatten doorgaans een queeste.[8] De hoofdpersoon is op zoek naar een heilige graal en vindt daarbij allerlei obstakels op zijn of haar weg, niet in de minste plaats ook obstakels die te maken hebben met het eigen karakter van de betreffende persoon. Maar ergens in het verhaal vindt een plotwending plaats. Er gebeurt iets waardoor alles ineens in een ander licht komt te staan. Er ontstaat een opening, ruimte voor een nieuw handelingsperspectief. Door ons aan de hoofdpersoon te spiegelen, oefenen we ons om vol te houden en alternatieve wegen te zoeken. We maken mee hoe de wereld van de hoofdpersoon verandert, vaak door crisis heen. De catharsis, de innerlijke zuivering die de hoofdpersoon doormaakt, wordt onze catharsis. Ook de verhalen die in de Bijbel staan vervullen vaak een dergelijke functie. Alle Bijbelse verhalen tezamen laten zien dat door lijden heen verlossing mogelijk is, dat we door de diepte heen moeten gaan om tot heerlijkheid te komen. Het lijden van de huidige tijd weegt niet op tegen de luister die ons geopenbaard zal worden, zegt Paulus in Romeinen 8:18.


Als we onszelf en anderen willen motiveren, moeten we steeds goed balanceren tussen ideaal en werkelijkheid – dezelfde balanceerkunst waar we het eerder over hadden. Blijven we te dicht bij het bestaande, dan dagen we onszelf en anderen onvoldoende uit. Door idealen te formuleren, daarentegen, laten we iets van onze ambitie zien. Daarmee brengen we ons doen en laten op een hoger plan. We vertellen een verhaal dat mensen in beweging zet, hen motiveert om in actie te komen. Zijn echter onze ambities te hoog, dan kan dat makkelijk tot spanningen en teleurstellingen leiden.[9] Dat gebeurde bijvoorbeeld in ‘Growing a better world together’ van de Rabobank, een reclamecampagne waarin ze beloofden het wereldvoedselprobleem op te lossen. Ze ontvingen daarvoor in 2018 de Liegebeest-award van Wakker Dier. Niet echt een aanbeveling. De kloof tussen wie ze zijn en wat ze beloofden te gaan doen, was te groot. Het verhaal boette daardoor in aan geloofwaardigheid.


Interessant is dat zich in de huidige tijd nieuwe genres melden die ons helpen om met situaties van maatschappelijke crisis om te gaan. Allereerst is dat het genre van de constructieve journalistiek. Vaak wordt gezegd dat goed nieuws geen nieuws is. Er is daarom vaak weinig positief nieuws te melden. Dat kan burgers echter ook cynisch maken. De constructieve journalistiek stelt zich tot doel om niet alleen negatief nieuws te brengen, maar ook te laten zien wat wel goed gaat. Bovendien is ze steeds op zoek naar nieuwe handelingsperspectieven. Hoe kunnen burgers bijvoorbeeld iets voor hun directe omgeving of voor het klimaat doen? Wat werkt wel en wat werkt niet? Een ander genre dat in opkomst is, is het genre van de klimaatromans. Doorgaans wordt in romans aan de natuur een bijrol gegeven. De natuur vormt vaak het decor waartegen het eigenlijke verhaal zich afspeelt. In klimaatromans daarentegen wordt de natuur ook zelf actor.[10] Er vindt een natuurramp plaats of het landschap verandert zo van karakter dat mensen zich anders moeten gaan gedragen. Voorbeelden zijn The Hungry Tide van Amitav Gosh of Klifi van Adriaan van Dis. Je zou ook aan Barkskins van Annie Proulx kunnen denken.


Hoop geeft richting aan het bestaan

Een derde en laatste kenmerk van hoop is dat hoop ook richting geeft. Je kunt hopen op iets dat goed is, maar ook op iets dat je op een verkeerde weg brengt. In Hebreeën 6:19 wordt hoop vergeleken met een anker voor de ziel, een anker dat een schip op z’n plek houdt. Je zou, vanuit hedendaags perspectief, ook kunnen denken aan de ankers waarmee bergbeklimmers hun touw vastmaken aan de rotsen en waaraan ze zich optrekken naar de volgende richel toe. Hoop is, met andere woorden, iets waaraan je houvast en oriëntatie kunt ontlenen. Je kunt je erdoor laten bemoedigen en aansporen. Toch is niet iedere vorm van hoop even betrouwbaar. Als je steeds blijft focussen op een perfecte baan, een perfecte relatie of een perfect leven, kan dat verlammend werken. Het is een hoop die vals is, die een gouden toekomst belooft hier en nu, terwijl we allemaal weten dat het leven niet perfect is. Overigens is ook het omgekeerde waar. Er bestaan ook veel vormen van valse wanhoop: stemmen die zeggen dat het toch niets met jou gaat worden, of een gebrek aan verwachtingen waardoor je het bijltje erbij neer gooit.


Wat voor mensen in hun persoonlijke leven geldt, geldt ook voor de samenleving als geheel. Bob Goudzwaard maakt, als het om hoop gaat, onderscheid tussen de symboliek van de cirkel, die gesloten is, en die van het kruis, die juist een open karakter heeft.[11] Hij onderscheidt vier ideologieën, die allemaal het karakter van een gesloten cirkel hebben: de ideologie van het communisme, de ideologie van behoud van de eigen identiteit, de ideologie van ongeremde groei van welvaart en bezit en de ideologie van de gegarandeerde veiligheid. De eerste ideologie heeft zijn tijd wel gehad. De andere ideologieën zijn springlevend en melden zich ook als het om de coronacrisis gaat en de maatschappelijke en ecologische thema’s waarmee we worstelen. We willen volledige controle, het liefst gegarandeerd door de overheid, we geven liever niets van onze welvaart en ons bezit op en maken ons zorgen over vluchtelingenstromen. Ten diepste gaat het hier echter om afgoden, zegt Goudzwaard, ideologieën die iets in de werkelijkheid tot absolute norm verheffen en daarmee ons denken fixeren. Economische welvaart, culturele identiteit of technische controle moeten zekerheid brengen om onze huidige manier van leven niet in gevaar te brengen.


Christelijke hoop daarentegen heeft een ander karakter. Die is open naar de toekomst en bijt zich niet vast in de verwachting dat iets in deze werkelijkheid ons kan verlossen. Zij belooft niet een onbezorgd leven, maar biedt uitzicht op een toekomst waarin het leven goed is. Christelijke hoop is geworteld in een vertrouwen dat God de wereld weer goed zal maken en dat de liefde van Christus alles zal overwinnen. Door Jezus na te volgen, onszelf in liefde aan God en onze naaste toe te wijden, kunnen wij nu al iets van dat toekomstige leven werkelijkheid laten worden, hier en nu. Wie op die manier gaat leven, zal onherroepelijk met moeite en strijd te maken krijgen. Die moeite en strijd staan echter in het perspectief van een betere toekomst: Gods nieuwe wereld, waarin mensen in vrede met elkaar samenleven en goed voor de schepping gezorgd wordt.


Uit bijbelse visioenen kunnen we een aantal principes afleiden die aan onze verwachting richting kunnen geven. Allereerst prikkelen visioenen van profeten zoals Jesaja, Micha en Ezechiël en ook de Openbaring aan Johannes ons om onze verbeelding te laten spreken. Ze schetsen ons een toekomst waarin waarheid en liefde, vrede en recht elkaar ontmoeten.[12] Dat doen ze niet door een blauwdruk te geven, maar door in levendige beelden iets van de nieuwe toekomst op te laten lichten. Bovendien schetsen ze Gods nieuwe wereld als een wereld van shalom, een wereld waarin vreugde zal zijn, waarin mensen in harmonie met elkaar zullen samenleven en het kwaad uit de wereld verdwenen zal zijn. Geen onrecht, geen kwaadsprekerij, geen oorlog of onderdrukking. Het zal een wereld zijn waarin mensen vrij zullen zijn van aardse machten en bevrijd zullen zijn van het verlangen om steeds maar weer zichzelf in het middelpunt te zetten. En niet alleen mensen zullen bevrijd worden, ook de schepping zal niet meer zuchten onder het juk van het kwaad. Lam en leeuw zullen samen weiden en mensen zullen in harmonie met hun omgeving leven. Een open toekomst, vol mogelijkheden waar we ons nu nog geen voorstelling van kunnen maken. We kunnen er hooguit dichterlijk over schrijven, en dat gebeurt dan ook in Oude en Nieuwe Testament.


Slot

Hoop is een perspectief dat richting geeft aan ons handelen en dat ons motiveert, in het bijzonder als het moeilijk is. Het is dan ook niet zo vreemd dat juist tijdens de coronacrisis zoveel over hoop gesproken wordt. Met de toenemende polarisatie in de samenleving, gebrek aan vertrouwen en slagkracht in de politiek en zorgen rond klimaatverandering, zal hoop alleen maar relevanter worden.


Om goed te kunnen balanceren tussen hoop en wanhoop is allereerst veel oefening nodig. Er wordt volharding gevraagd. Ten tweede heeft hoop ook alles te maken met verbeeldingskracht, het vermogen om ons een betere wereld voor te stellen en nieuwe kansen en mogelijkheden te zien. Ten derde is een goed onderscheidingsvermogen essentieel als het om hoop gaat. Als we ons teveel vastklampen aan aardse machten of ideologieën, kan dat ons doen en laten ernstig blokkeren. Het visioen van Gods nieuwe wereld daarentegen schept ruimte. We leren bestaande situaties te relativeren en te verlangen naar een wereld waarin liefde en waarheid, vrede en recht, elkaar ontmoeten.


Jan van der Stoep (j.vanderstoep@tukampen.nl) is bijzonder hoogleraar christelijke filosofie aan de Theologische Universiteit Kampen en aan Wageningen University & Research.

[1] Dit artikel is een uitwerking van een lezing gehouden op de voorjaarsconventie van de CWN op 15 mei 2021. De lezing werd uitgesproken op De Betteld in Zelhem. Vanwege de coronamaatregelen was het publiek grotendeels digitaal aanwezig. [2] Een vergelijkbare drieslag gebruik ik in ‘Open voor het onverwachte. Professioneel handelen en hoop’ dat als hoofdstuk verscheen in: Jan van der Stoep, René Erwich & Danielle van de Koot-Dees, Met verwachting handelen. Hoop en professionele vorming (Utrecht: KokBoekencentrum, 2019), 35-51. [3] C.R. Snyder, The psychology of hope. You can get there from here (New York: Free Press, 1994), 5-12. [4] Paul van Tongeren, ‘Wat kan een wijsgerige ethiek met theologale deugden?’, Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte, 106/2 (2014), 101-120. [5] Terry Eagleton, Hope without optimism (New Haven and London: Yale University Press, 2015). [6] Tom Wright, Suprised by hope (London: SPCK, 2008), 277vv. [7] Gabriel Marcel, Homo viator. Introduction to the metaphysics of hope (South Bend, Indiana: St. Augustune’s Press, 2010), 42-43. [8] Alisdair MacIntyre, After virtue. A study in moral theory (London: Duckworth, second edition, 1985), 219. [9] Lars Tøger Christensen, Mette Morsing & Ole Thyssen, ‘CSR as aspirational talk’, Organization, 20/3 (2013), 372- 393. [10] Amitav Ghosh, The great derangement. Climate change and the unthinkable (Chicago, The University of Chicago Press, 2016). [11] Goudzwaard, Wegen van hoop in tijden van crisis. Armoede – milieubederf – onveiligheid – financiële malaise (Amsterdam: Buijten & Schipperheijn, 2009), 237-238. [12] Ik ontleen dit beeld aan Nicholas Wolterstorff die op zijn beurt weer verwijst naar Psalm 85. Zie Nicholas Wolterstorff, Until justice and peace embrace (Grand Rapids: Eerdmans, 1983), 70-72.

192 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven