• Redactie Inspirare

Recensie To Participate in God’s Mission

To Participate in God’s Mission. Looking for an ecclesial structure to be a witnessing church. Jan van ’t Spijker, Eburon Academic Utrecht 2021, 242 blz., € 28,00


In oktober 2021 promoveerde Jan van ’t Spijker, docent aan de Theologische Universiteit Apeldoorn, op een missiologisch proefschrift. Aanleiding was het zoeken van een begaanbare weg voor nieuwe missionaire geloofsgemeenschappen binnen het verband van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK). Hoe zouden deze nieuwe ‘kerkplekken’ een vruchtbare verbinding kunnen aangaan met de bestaande CGK-gemeenten? Zijn centrale onderzoeksvraag was deze: ‘What can both existing and mission congregations within the CGKN learn from the missiological/theological discourse within the last century, to be able to be a witnessing church of Christ in a post-Christian and secular society?’ (19)


Van ’t Spijker deed vooral literatuuronderzoek, zowel uit de bredere oecumene als uit de eigen reformatorische traditie (Bavinck, Kraemer, Verkuyl, Newbigin) met daarbinnen speciale aandacht voor het denken in zijn eigen kerk. Hij besteedt daarbij veel aandacht aan het Missio Dei-concept, zoals dat vooral sinds de missionaire conferentie in Willingen (1952) in zwang is geraakt. In dit denken is missie niet primair de missie van de kerk, maar van God zelf. De Geest gaat niet van de kerk uit, maar gaat voor haar uit. Het is de roeping van de kerk te ontdekken waar en hoe God betrokken is op Zijn schepping om daar vervolgens bij aan te sluiten. De kerk is zo primair instrument van de Missio Dei. ‘Heil’ wordt zo ook breder: missie wordt holistisch, wordt ‘integral mission’. Dat besef groeit ook in de CGK, maar woordverkondiging blijft daarbij wel centraal staan en bovendien blijft het Missio Dei-concept wat verdacht, omdat het vooral verbonden is met theologen en bewegingen waar de CGK zich niet sterk mee verwant voelen, zoals bijvoorbeeld de Wereldraad van Kerken.


Van ’t Spijkers onderzoek kent ook een klein empirisch deel, namelijk twee gesprekken met een focusgroep van acht missionaire CGK-werkers/pioniers. Zij theologiseren en werken in hoge mate vanuit het Missio Dei-concept en – daarmee verbonden – het Koninkrijksdenken. Veel meer dan binnen de bredere CGK is dit denken in hun theologische DNA gaan zitten en daar ligt ook een zekere spanning met het kerkverband. Van ’t Spijker komt met opzet niet met praktische tips hoe de gevestigde en de nieuwe kerken elkaar van dienst kunnen zijn. Dergelijke tips zouden tekortschieten in zijn ogen omdat er een theologisch probleem onder ligt, namelijk het ontbreken van een werkelijk doorleefde Missio Dei-theologie binnen de CGK. Zijn pleidooi voor een fundamentele verankering van het Missio Dei-denken in het theologiseren binnen en het missionaire functioneren van de CGK is dan ook de belangrijkste uitkomst van zijn studie. Deze theologische mind shift moet ook doorwerken in de ecclesiologie, in de kerkorde en in het praktische functioneren van de kerk als geheel en van de afzonderlijke plaatselijke gemeenten. De auteur hecht aan open geloofsgemeenschappen met veel ruimte voor (missionaire) kleine groepen die niet vanuit een bounded set denken opereren, maar vanuit een centered set (Paul Hiebert). Christus is daarbij het centrum. Van ’t Spijker ziet de nieuwe gemeenschappen graag als laboratoria voor het kerkverband als geheel. Wil het echter zover komen, dan zal er binnen dit kerkverband nog heel wat moeten gebeuren. Juist in de weken dat ik deze bespreking schrijf, wordt vrijwel alle energie naar binnen gezogen door de tweespalt over de plaats van de vrouw binnen de CGK. Het is te hopen dat Van ’t Spijkers gedreven pleidooi niet ondersneeuwt door dit binnenkerkelijke gekrakeel.


Wat Van ’t Spijker zoekt, is bijna een copernicaanse wending in het zelfverstaan van de kerk en de gemeente. De vraag die dan onmiddellijk opkomt, is hoe dat zou moeten of kunnen. De praktijk leert m.i. dat bredere theologische verschuivingen doorgaans niet langs de weg van intellectueel denken tot stand komen, maar vooral door praktijkervaringen. Daarom zien we ook juist bij pioniers vaak ingrijpende theologische verschuivingen, vaak in de richting van een Missio Dei-achtige theologie. Zij hebben als missionair werkers in een zeer plurale samenleving tal van ontmoetingen met zinzoekers met zeer uiteenlopende zoekrichtingen en levensovertuigingen. In die ontmoetingen zien ze vaak ook sporen van het Koninkrijk en dat kleurt hun theologie. Er blijkt ook ‘heil’ te zijn buiten de kerk. Echte ontmoetingen met mensen uit onze veelkleurige samenleving staan garant voor theologische vernieuwing. Dat zou een mooie uitdaging zijn aan het adres van Van ’t Spijker: binnen welke kerkelijke ‘exposures’ kan het Missio Dei-denken (en -handelen!) groeien? Waar ziet hij de beweging die hem voor ogen staat, zich voltrekken en welke voorwaarden blijken daarbij van belang te zijn?


Sake Stoppels, lector theologie Christelijke Hogeschool Ede


2 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven